www.jufjanneke.nl

0
GD Star Rating
loading...

De supermarkt

Janneke 21 januari 2013

Ieder kind gaat wel eens mee een supermarkt in om boodschappen te doen. Daar wordt bepaald wat je gaat eten. Ook moet je daar kiezen uit wat je gaat kopen en waarom? Koop je zomaar alles of niet? Allemaal vragen waarop we tijdens dit thema antwoord proberen te vinden.

Ontwerpschema
Een ontwerpschema en groepsplan voor het thema de supermarkt: groepsplan/schema de supermarkt

Doel

Aan het eind van het thema weten de kinderen:

  • Hoe een supermarkt eruit ziet.
  • Wat je nodig hebt om te winkelen.
  • Hoe de voedingsmiddelen in de winkel staan
  • Wat is vers en wat niet
  • Welke soorten winkels zijn er
  • Hoe maak je reclame
  • Wie werken er in een supermarkt
  • \Wat is gezond en wat niet
  • Wat is duur en wat is goedkoop

Boeken

Spelletjes

Speelgoed

Onderzoek/uitstapjes

Met de klas een bezoekje brengen aan de supermarkt. Eventueel onder begeleiding van ouders in kleine groepjes. Hou eerst een kringgesprek en vraag de kinderen wat ze weten over de supermarkt. Laat ze in de winkel bekijken waar de spullen staan en hoe de spullen in de winkel staan, sommige dingen staan vlak bij elkaar, waarom is dat? Kun je de boodschappen zo mee naar huis nemen?

De kinderen hebben de volgende conclusies getrokken:

  • Alles staat bij elkaar
  • Alle soorten staan bij elkaar
  • Er hangen prijzen op zodat iedereen weet hoeveel het kost
  • Er zijn ook bloemen
  • Bij het afrekenen kun je ook pinnen

Echt boodschappen doen in de winkel
De kinderen hadden een lijstje mee met daarop plaatjes met wat ze moesten halen. In de portemonnee zat het geld. Samen met een ouder had iedereen in het groepje een taak.

Aankleding van de klas

Opening van het thema

Verzamel in de weken voorafgaand aan het project allemaal doosjes van etenswaar en drinken. Ik heb de ouders van de klas gevraagd om te helpen sparen. In de klas stond een grote doos waar iedereen de doosjes kon doen.


Alle kinderen krijgen per tweetal een doosje en gaan dit samen bespreken. Ze moeten het hebben over: wat is het, wanneer eet je het, vind je het lekker of niet? Daarna koppelen we het terug in de kring.

In de kring leg ik allemaal hoepels neer en ieder kind mag een doosje uitzoeken. We gaan alle doosjes sorteren. Warme maaltijd, ontbijt, drinken, snoep, etc.

Als alle doosjes gesorteerd zijn, gaan we een spelletje doen: leg een verzameling dozen voor je neer. Zet er een andere doos bij van een andere verzameling en laat de kinderen raden, welke doos niet goed staat en waarom niet.

Daarna worden de dozen in de winkel geplaatst. maak meteen aparte afdelingen: melk, groente, snoep, etenswaren voor het diner, vlees, dierenvoeding, etc. We maken naamkaarten erboven van de verschillende afdelingen.

Is de winkel ingericht dan volgt een kringgesprek wat er nog meer bij hoort. Deze dingen gaan we dan eerst maken, voordat de winkel geopend wordt.

Zintuigspelletjes

  • Voelspel; doe verschillende etenswaren in een voelzak en laat de kinderen raden wat het is: een sinaasappel, appel, leverworst, flesje drinken, komkommer.
  • Proeven; Leg een bord op een tafel en laat de kinderen, geblinddoekt, allerlei etenswaren proeven uit de supermarkt.: komkommer, appel, maderijn, peer, banaan, kiwi, appelsap, snoepje, blokje kaas, plakje worst, etc.

Knutselopdrachten

  • Poster voor in de winkel maken met aanbiedingen erop.

  • Winkelwagen maken; Knip uit folders van winkels de boodschappen

  • De kinderen mogen een verpakking uitkiezen en deze naschilderen. De kinderen vonden het erg leuk om te doen.
  •  
    Portemonnees om mee te betalen: er zitten kartonnen munten in en de pinpasjes.
    Voordat kinderen naar de winkel gaan, zoeken ze hun eigen portemonnee op en gebruiken die bij het spel. Er wordt met de kartonnen munten betaald of met de pinpas.

  • Deze portemonnees hebben een handige knoop zodat het ook echt dicht kan. (Els van Tiel)

  • Vleeswaar op een schaaltje (Els van Tiel)
  • Boodschappenwagentje van een doosje.
    Plak er toiletrollen onder en vul de boodschappenwagen met kleine verpakkingen.

Hoeken

  • Supermarkt in de klas


Twee kinderen mogen de supermarkt gaan inrichten. Alles moet rechtop, vonden ze. Daarna hebben we de inrichting besproken. Wel netjes maar alles staat door elkaar. Dat hoort niet zo.
De volgende dag zijn we daarom naar de supermarkt in de buurt gelopen en hebben gekeken hoe het dan wel hoort. Dat heeft duidelijk geholpen


Alles staat soort bij soort en er staan prijzen op zodat de mensen weten hoe veel geld het gaat kosten.

En daar staan ze dan met hun pinpasjes. Het is net echt!

  • Poppenhuis; er staat een mand met boodschappen voor de deur

  • Legohoek; Winkels moeten bevoorraad worden. Dat gebeurt door vrachtwagens. Daarom worden in de legohoek verschillende vrachtwagens gebouwd.

  • Bouwhoek; Bouw in de bouwhoek een supermarkt. Daarna mogen er echte doosjes in om mee te spelen.

  • Verteltafel; boodschappen doen; boekje: Boris doet de boodschappen


Nadat de kinderen het boekje tijdens de speel/werktijd hebben nagespeeld mogen ze het later in de kring laten zien. Dan geven ze een voorstelling. Dat stimuleert enorm!

Wat moet er aan de orde komen?

  • Hoe ziet een supermarkt er uit?
  • Wat wordt er verkocht
  • Hoe doe je boodschappen

Spel en beweging

Spelletjes:

  • Zitten/staan; De kinderen staan in het speellokaal. De leerkracht noemt allemaal etenswaren. Als je het lekker vindt, ga je staan, als je het niet lekker vindt, ga je zitten.
  • Winkelwagentikkertje; Een van de kinderen is de winkelwagen en probeert zoveel mogelijk boodschappen te tikken. De andere kinderen zijn de boodschappen en rennen rond. Als ze getikt zijn, gaan ze in het midden op twee matten zitten. Als de leerkracht roept; ik ga boodschappen doen! stopt het spel en kan de leerkracht samen met het kind dat de winkelwagen was, de boodschappen tellen
  • Boodschappenspel; In het midden ligt een mat en in de vier hoeken van het speellokaal liggen vier matten. U spreekt af welke boodschappen de kinderen zijn: snoepjes, vleeswaren, zuivel, brood, kaas, frisdrank, etc. U gaat boodschappen doen en zegt wat u nodig hebt: bijvoorbeeld: zuivel. Die kinderen komen van hun mat af en lopen in het speellokaal rond. Als u zegt: ik doe boodschappen, probeert u deze kinderen te tikken. Welke kinderen getikt zijn, gaan in het midden in de winkelwagen zitten. Daarna gaat u andere voedingsmiddelen opnoemen. U kunt ook twee tegelijk doen: bijvoorbeeld kaas en brood. Dan lopen er twee groepen kinderen.
  • Door elkaar bewegen; De kinderen zijn de winkelwagens en proberen zonder te botsen rond te lopen/rennen/springen etc.
  • Stappen nemen; De kinderen staan aan de ene kant van het speellokaal en aan de andere kant staat een kind. Deze noemt steeds woorden van bijvoorbeeld beleg. Alleen bij het woord hagelslag mogen de kinderen een stap nemen. Bij andere belegsoorten, staan ze allemaal heel stil. Wie is het eerst aan de overkant? Wie beweegt tijdens andere belegsoorten is af en moet gaan zitten.

Dans:
In Kleuterdansen 5 van www.nevofoon.nl staat een leuke dans over de supermarkt.

Links

Muziek

In de klas gebruik ik een muziekkastje. Hierin zitten allerlei opdrachten rondom een thema. Ik maak hierbij veel gebruik van materialen van www.kinderboekenmuziek.nl en de cd’s met dansideetjes van www.nevofoon.nl. In de bovenste lades zitten opdrachten rondom ritme, dans en muziek beluisteren. Voor ritme zit er een klepper in, voor dans een popje van Olivia en voor muziek beluisteren een muisje met grote oren. In de grote la in het midden komen elke keer andere muziekinstrumenten en in de onderste la zit een mapje met liedjes.

 

Opdrachten voor het muziekkastje:
1. Ritme; Ritmeklappen van verschillende producten uit de winkel: appel, brood, sinaasappel, rijst,  macaroni, hondenvoer, soep, thee, chocolademelk, yoghurt, etc.
2. Dans; In Kleuterdansen 5 van www.nevofoon.nl staat een leuke dans over de supermarkt.
3. Muziek beluisteren; Kokers met verschillende voedingsmiddelen erin; rijst, macaroni, water, spaghettistukjes, brokjes koek, etc. Vul steeds twee kokers met hetzelfde. Laat de kinderen luisteren: wat klinkt hetzelfde?
4. Muziekinstrumenten; Muziek maken met de kokers die gebruikt zijn bij het muziek beluisteren. Laat de kinderen meespelen door met de kokers te rammelen.
5. Liedjes; Liedjes over de supermarkt en eten (Zie thema Smakelijk eten)

Uit het boek: Liedjes over dingen waar geen liedjes over zijn: ISBN: 9789067346313 van Jan de Waard

  • De supermarkt

Een cent

Ik heb een cent gevonden!
Hoera! Een cent.
Ik heb een cent gevonden,
het is een hele mooie,
het is een hele ronde!

Op de ene kant staat een gezicht,
dat zal de Koningin wel wezen;
op de andere kant staan lettertjes.
Die kan ik nog niet lezen.
Jij wel?

Computer
Hier kun je een word bestand vinden waar de kinderen woorden na kunnen typen. Daarna kun je het bestand uitprinten. Als je daarna kiest voor niet opslaan, kan een ander kind de woorden natypen.

Woorden op de computer over de supermarkt

Knijpkaarten

Knijpkaarten; Dit materiaal werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna krijgt de leerling een kaart en 6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant van de kaart voor de ‘vraag’ en geeft aan de rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed gemaakt is.

Werkbladen en materialen

Taal

Woordenschat

supermarkt – voedingsmiddelen – wagentje – winkelmandje – muntje – portemonnee – euro – boodschappenlijstje – gezond – ongezond – groente en fruit afdeling – vleesafdeling – zuivelafdeling – broodafdeling – frisdrank – vriezer – koeling – kassa – boodschappenband – kassabon – winkelbediende – inpakkers – caissière – slager – groentenverkoper – bakker – houdbaarheid – betalen – afrekenen – verpakking – vis – snacks – koffie en thee – diversen – etalage – reclame – boodschappen

Gesprekken:

  • Als je de baas van een winkel zou zijn, welke winkel zou je dan willen hebben en waarom? Wat zou je allemaal willen verkopen? Wat niet? Waarom niet?
  • Wie doet thuis de boodschappen? Wie maakt thuis meestal het eten?
  • Wat is een boodschappenlijstje en waarom maak je die?

Rekenen/wiskunde

Begrippen: zwaar – licht, duur – goedkoop, vers – oud, veel – weinig

  • Hoe pak je een tas in? Zware dingen onderin en het lichte en breekbare bovenin
  • Grafiek maken; wat heb je gegeten vandaag?
  • Hoeveel moet je betalen? Veel of weinig, welke cijfers staan er op de muntjes?

Kralenplanken

Afsluiting van het thema

Boodschappen doen bij de supermarkt en hier samen een maaltijd van koken en opeten!

Bedankt

Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door materialen die gemaakt zijn door: Margriet van Laar, Els van Tiel, Nicole Rutten en Ingrid v.d. Jagt

 

GD Star Rating
loading...

De supermarkt, 3.1 out of 5 based on 15 ratings

Login to your account

Can't remember your Password ?

Register for this site!