www.jufjanneke.nl

0
GD Star Rating
loading...

We gaan naar school

Janneke 21 januari 2013

Het is weer zover: een nieuw schooljaar breekt aan. De kinderen gespannen en de leerkracht meestal ook. Misschien kun je hier wat tips vinden om een nieuw schooljaar tot een succes te maken.

Kijk ook op: een schooljaar voor ideetjes voor verjaardagskalenders, inrichting, herinneringsboekje, etc.

Ontwerpschema

Hier kun je een ontwerpschema downloaden waarop alle activiteiten schematisch zijn weergegeven.

Doel

Na zes weken vakantie gaan we weer aan de slag. Iedereen moet er weer een beetje inkomen. Daarom een leuk project over school met allemaal tips, ervaringen en ideetjes om de eerste weken tot een succes te maken.

Boeken

Speelgoed te bestellen

Onderzoek/uitstapjes

Hoe wennen we aan de nieuwe school en de nieuwe klas? Nou door samen te gaan kijken! Laat de kinderen in een rij achter je aanlopen en vertel wat er allemaal te zien is. Stap eens een paar andere groepen binnen. Kom uiteindelijk terecht bij de toiletten van je groep en vertel daar de gebruiken. Daarna weer samen naar de klas. Ze zullen het niet allemaal meteen onthouden maar een volgende keer zullen de kinderen sneller iets herkennen.

Zijn kinderen al wat gewend aan school en de groep, dan kun je denken aan een fotospeurtocht. Maak foto’s van verschillende plekken in en om de school. Geef elke kind een foto en wandel met de hele groep of in kleinere groepjes naar de plekken op de foto toe. Natuurlijk mogen de kinderen raden waar de foto gemaakt is.

Aankleding van de klas

In het begin van het schooljaar, is het voor kinderen belangrijk om weer een eigen herkenbaar plekje te hebben. Dat gaat sneller als je samen met de kinderen de klas gaat inrichten. Ik begin vaak met een verjaardagskalender die in de klas wordt opgehangen. Dat geeft al wat sfeer. Kijk ook op de pagina: een schooljaar voor verjaardagskalender ideetjes. Verder ga ik dit jaar in de eerste weken alle activiteiten op een digitale foto zetten. Daarna druk ik ze af op fotoformaat en ga ze plastificeren. Zo maak je je eigen dagritmekaarten. Ook kun je er een spelletje mee doen: wat hebben we gedaan vandaag?
Voor de deur hang ik de foto’s van de kinderen in de groep. Telkens als er een nieuwe leerling bijkomt, maak ik een foto en komt die er ook bij. De foto’s gebruik ik ook om te verkleinen en dan een naamkaartje van te maken. Ideaal om te gebruiken bij een opdracht die af moet, een bouwwerk waarvan de kinderen willen laten zien dat zij die hebben gemaakt of het na leren schrijven van je eigen naam.
Op de stoelen maak ik ook hun naam. Mijn ervaring is dat kinderen het prettig vinden om hun naam op hun stoel te hebben, dat is dan hun stoel. Je kunt zelf makkelijker zien, wie nog niet aanwezig is en wie beter niet naast elkaar kunnen zitten etc.

Opening van het thema

in de eerste week is het voor iedereen weer even wennen. Reden om dus niet meteen teveel te willen. Ik besteed de eerste weken vnl. aan veel uitleg over spelen, waar, hoe kiezen vanaf het planbord, opruimen, regels in de klas en buiten de klas, etc.

Hoe breng je structuur aan in de klas?

Het werkt vaak heel goed om elke dag een hoek goed te bekijken en te verwoorden wat er allemaal aanwezig is, wat je er mee doen kunt en de hoek eventueel samen verder in te richten. Op die manier leren de kinderen wat er in hoort, hoe het er uit hoort te zien en wat je er kunt spelen. Het aanbrengen van structuur op deze wijze is voor kinderen erg belangrijk. Ze krijgen zodoende houvast bij het spel.

Dit werkt op dezelfde wijze bij het doen van knutselopdrachten. Wat ga je doen, wat heb je nodig, hoe gebruik je het, wat kun je er mee doen, waar kun je iets vinden, etc. Doe de eerste weken de knutselopdrachten rustig even voor en loop het met de kinderen door. Dan weten ze beter waar ze aan toe zijn.

Zintuigspelletjes

  • We zitten in de kring en luisteren heel goed naar alles om ons heen. Wat hoor je allemaal?
  • Doe allemaal schooldingen in een zak. Wijs iemand aan en laat voelen wat het is.
  • Kimspel: leg allemaal schooldingen onder een doek. Haal de doek eraf en kijk wat er onder ligt. Leg dan de doek er weer over en haal dan iets weg. Laat iemand raden wat er weg is.
  • Ik zie, ik zie wat jij niet ziet: allemaal dingen in de klas benoemen
  • Ra, ra wie is het? Doe een kind een blinddoek voor en laat dan voelen wie er tegenover het kind staat

Knutselopdrachten

  • Maak een tas van papier en laat de kinderen uit een tijdschrift knippen en opplakken wat ze mee willen naar school

  • Trek allemaal handen om en plak deze op het raam als een regenboog. Dit lijkt echt schitterend!

  • Bea maakte een wereldbol en plakte daar foto’s van de kinderen van de groep omheen.
  • Laat een stoel plakken van vlechtrepen (zijaanzicht). Daarop kunnen de kinderen zichzelf schilderen
  • Laat de groep 2 kinderen een kring van kinderen tekenen. Dit is vrij moeilijk maar geeft hele leuke, soms goed doordachte tekeningen
  • Laat alle kinderen zichzelf verven en hang dit op 
  • Een hoofd van iedereen in de klas
  • Teken onder je foto je eigen lichaam
  • Hoe ben je vandaag naar school gekomen? Teken dit en ook wat je allemaal ziet onderweg.

  • Schilder de school en plak jezelf erbij
  • School van papier, schooldeur open vouwen
  • Maak een foto van het schoolplein en kopieer dat voor de kinderen. Daarna mogen ze zichzelf en hun vriendjes op het schoolplein tekenen met stiften.
  • Ik zit in de klas: stoel en tafel maken van vlechtstroken
  • School vouwen en daar bij tekenen

Hoeken

Het is erg leuk om een schooltje te maken in de huishoek of een andere daarvoor geschikte ruimte.
Kunnen de kinderen hun ervaringen meteen samen delen en uitspelen.

Als je aandacht besteed aan vriendjes in de klas, is het ook leuk om b.v. een verteltafel te maken over Jip en Janneke met poppen en een verhaal op CD. Hier kunnen ze eindeloos mee spelen.

Wat moet er aan de orde komen?

  • regels
  • structuur van de dag
  • hoeken en inrichting
  • planbord
  • weektaak
  • kennismaken met nieuwe kinderen
  • gewoontes bij toiletbezoek: handen wassen, etc.

Voor kleuters die nog maar kort op school zijn, is alles nog nieuw. Dat is goed om je te realiseren.
Het is goed dat kinderen ervaren dat naar school gaan in een vast ritme gebeurt met een tijdsindeling.

Hoe is de weg van huis naar school, wat zie je daar allemaal?

Op school zijn heel veel meesters, juffen, ouders die meehelpen, de conciërge, etc.

Spel en beweging

Een leuk kennismakingsspelletje is:

  • In de kelder is het donker; De kinderen staan in een kring. In het midden staat iemand van de groep. Als het liedjes is gezongen staat er iemand voor diegene in het midden en deze mag voelen of hij weet wie het is.

Het is belangrijk dat de kinderen leren wat een kring is. Daarvoor gebruik ik altijd het spelletje: We maken een kringetje. Door dit regelmatig te oefenen, leren de kinderen hoe een kring eruit moet komen te zien.

Andere spelletjes die geschikt zijn bij dit thema:

  • Eerst de handjes klap, klap, klap
  • Hinkeldepinkel, daar komen we aan
  • Hier loop ik langs de straat
  • Wie niet lopen wil; verschillende manieren van lopen naar school toe
  • Daar zat een heel lief kleutertje ( wijs: zigeunermeisje )
  • Juf hoe laat is het? (Speelwijze: moeder hoe laat is het). De kinderen staan aan de ene kant van het speellokaal. Aan de overkant ligt een streep of een lijn. De ‘juf’ loopt vrij door het lokaal. De kinderen vragen: Juf hoe laat is het? En de juf mag een tijdstip noemen. Als ze zegt: het is schooltijd, meten de kinderen zo snel mogelijk achter de streep. Daar mogen ze niet meer getikt worden.
  • Wie is te vroeg of juist te laat? Allemaal of in groepen naar de overkant rennen – lopen – springen – kruipen.

Een leuk afsluitspelletje is:

  • Hoeveel kinderen zitten er achter je?

Leuk om tijdens een gymles te doen: De weg naar school.
Leg in de hoeken van het speellokaal hoepels. Twee matten aan elkaar vormen de school. De hoepels zijn de huizen van de kinderen. Maak dan verschillende routes, over een bank: de brug, zigzaggen langs paaltjes, springen over waterplassen, lopen over blokjes, etc. Laat dan de kinderen de routes lopen. Je kunt het ook moeilijker maken door kinderen te vragen de kortste route naar school te nemen of de langste. Welke kinderen wonen het dichtst bij school en wie het verst weg? Ook kun je opdrachten geven: ga langs het huis van Ruben om naar school te gaan.

Muziek

Spelletje met muziekinstrumenten: Waar is de schoolbel? Je laat een bel horen. Dan doet iedereen de ogen dicht en ga je op een andere plek staan. Waar hoor je nu de bel? De kinderen mogen wijzen.

Een leuk welkomstliedje is: Dag school, dag school daar ben ik weer

In Kleuterwijs staan de volgende liedjes:

In het grote liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schroder staan:

  • De berenschool blz. 98
  • De allerleukste schooldag blz. 100
  • Knippen en scheuren blz. 102

Leuke opzegversjes om te gebruiken:

School

Vandaag is de dag
dat ik eindelijk naar school toe mag
Ik hang mijn jas bij alle jassen
Ik zet mijn tas naast andere tassen
Er is een tafel bij het raam
met een sticker met mijn naam
Ik ga zitten op mijn eigen stoel
Hoe denk je dat ik mij voel?
Ik voel me groot
Ik voel me vier!
Eerst kwam ik om te wennen
Dat had ik snel gedaan.
Nu alle kinderen mij kennen….
Wil ik elke dag naar school toe gaan

Dag vriendjes

Een handje,
een knipoog,
een knuffel,
een kus
Dag juf, dag meester,
dag vriendjes,
hier ben ik dus!

Uit het grote versjesboek van Marianne Busser en Ron Schroder:

Bouwen met blokken

Ik heb een doos met blokken
waar ik vaak mee speel
ik bouw er leuke dingen van
bijvoorbeeld een kasteel
zodra ik ‘s morgens wakker word
ga ik aan het werk
en bouw een mooie boerderij
een huisje of een kerk
en soms bouw ik een toren
maar is die bijna klaar
dan stort hij als ik even stoot
in een keer in elkaar!

Knijpkaarten

Knijpkaarten; Leuk om met de kinderen te doen. Het werkt als volgt: Print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één op de voorkant en één op de achterkant). De leerling krijgt een kaart en 6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant van de kaart voor de ‘vraag’ en geeft aan de rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed gemaakt is.

Werkbladen

Materialen

Computer

Hier kun je een word bestand vinden waar de kinderen woorden na kunnen typen. Daarna kun je het bestand uitprinten. Als je daarna kiest voor niet opslaan, kan een ander kind de woorden natypen.

   Woorden over school

Taal

Ik heb woordkaarten en een woordenboekje gemaakt om bij dit thema te gebruiken. Wat kun je er mee doen? Ik leg het woordenboekje en de stempelkaarten in de letterhoek. Dan kunnen de kinderen er zelf woordjes bij stempelen of schrijven.
Ook leg ik de woordkaarten vaak neer bij de computerhoek. De kinderen gebruiken deze dan om na te typen.

Woordenschat: juf – meester  – klas – groep – stoel – tafel – kast – raam – deur – plein – gang – klaslokalen – school – bel – hoeken – kiezen – planbord – kring – werken – bak wat klaar en wat niet klaar is – potlood – puntenslijper – gum – pen – krijt – kinderen – jongens – meisjes – buiten spelen – voorlezen – computer – bouwen – huishoek – winkeltje – schaar – papier – priklap – prikpen

Auditieve oefeningen zijn erg belangrijk om regelmatig te gebruiken in de klas. Hieronder kun je veel auditieve oefeningen vinden die over school gaan.

Rekenen/wiskunde

  • Spel: logisch nadenken; Wat doe je er mee en waar hoort het? Leg in een bak allerlei dingen uit de klas: pop, auto, puntenslijper, potlood, stift, boek, blok, lego, puzzelstukje, nietmachine, plakselkwast, plakselpot, lijm, verfschort, prikpen, schaar, priklap, etc. Deel alles uit aan tweetallen in de kring. Laat de kinderen er eerst over praten met elkaar. Daarna mogen ze in de kring vertellen wat het is, wat je er mee doet en waar het hoort. Dan mag iemand het op de goede plek terugleggen.
  • Begrippen:  Groot – klein, Groep 1 – groep 2,Tellen van kinderen
  • Rij maken; wie is het eerste, wie het laatste, wie de tweede, etc.
  • Meten van de kinderen; wie is het langst en wie het kortst?
  • Tijdsindeling: opstaan – wassen – aankleden – ontbijten – naar school – naar huis of overblijven – thuis eten – ‘s middags weer naar school – naar huis – spelen met vriendjes – eten – wassen – uitkleden en naar bed.
  • Hoe ziet de klas eruit? Leg een grote mat neer en verschillende soorten blokken. Maak nu een plattegrond van blokken van de klas, samen met de kinderen.
  • Meer/minderZijn er meer of minder jongens dan meisjes? Zijn er meer of minder stoelen dan tafels? Zijn er meer of minder hoepels dan kinderen. Geef elk kind een blok; hebben we meer –  minder of evenveel blokken dan kinderen?

Links en tips voor het digibord

Kralenplanken

Kralenplank boeken klein Kralenplank kleurpotloden klein Kralenplank puzzel klein Kralenplank schaar klein Kralenplank wereldbol klein

 

Met dank aan:

Bea Niphuis, Hilda Luth, Gina Stuart en Marianne Buist voor hun leuke ideetjes.

 

GD Star Rating
loading...

We gaan naar school, 3.9 out of 5 based on 10 ratings

Login to your account

Can't remember your Password ?

Register for this site!