thema's

 

In veel groepen wordt gewerkt met thema's. Hoe bereid je een thema voor en waar let je op bij de keuze van een thema, zijn vragen waar veel leerkrachten mee worstelen.

Deze pagina probeert structuur te bieden bij het zoeken naar een geschikt thema en bij de uitwerking ervan.

Het doel van ontwikkelingsgericht onderwijs: de kinderen te volgen in hun eigen ontwikkeling en ze daarin te stimuleren is belangrijk. Ook betrokkenheid is van groot belang. Verder kijk je natuurlijk naar de bedoelingen die je hebt met de klas of het thema. Misschien wil je meer aandacht aan kleuren besteden, kies dan een thema waar dat een onderdeel van kan zijn.

Waar houd ik rekening mee met de keuze van een thema:

  • Een thema moet een periode van zes- acht weken kunnen duren. Daarom kies ik zoveel mogelijk een thema waar je verschillende kanten mee op kunt. Een voorbeeld is: Max en de toverstenen. Ik heb naast dit verhaal ook gewerkt over muizen, sint maarten, stenen en het verhaal zelf. Hier kun je dus echt weken mee vullen. Als je een thema hebt over fruit kun je het hebben over de markt, boomgaard, verschillende soorten fruit, groenteman, rupsen en wormen en ook kun je het sprookje: Sneeuwwitje er bij behandelen. Dat biedt dus veel meer mogelijkheden dan een project alleen over de appel.
  • Het thema moet voor de kinderen interessant zijn. Dit kan een feest zijn: kerst, sinterklaas, Pasen etc. maar ook de wereld waarin wij als volwassenen leven, spreekt kinderen vaak erg aan: zij willen graag nadoen wat wij doen: boodschappen doen, schoonmaken, kapper zijn, etc. Daarnaast kan het een voorval in de klas zijn, waaruit blijkt dat kinderen er graag meer van willen weten: ruimtevaart n.a.v. Andre Kuipers die in de raket de ruimte in ging. Ook fantasiethema's spreken vaak erg aan omdat kinderen het heerlijk vinden om net te doen alsof, ook is het vaak spannend om iets engs na te spelen.
  • Vaak probeer ik bij de keuze van een thema te zoeken naar een aantal nieuwe activiteiten voor kinderen die daar aan toe zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld het letterwinkeltje in de klas geïntroduceerd omdat er nogal wat kinderen begonnen te schrijven. Bij kinderen die vaak in de bouwhoek zitten, probeer ik nieuwe impulsen te geven zodat ze hun spel kunnen verdiepen.
  • Om in de gaten te houden of er verschillende items in de thema's zitten, gebruik ik een speciaal formulier: bronnen voor goede thema's

Als ik dan een thema heb gevonden ga ik beginnen met het ontwerpen van een thematisch aanbod. Dat doe ik met behulp van het ontwerpschema en het projectvoorbereidingsformulier. Ik maak een planning van de kernactiviteiten maar ook muziek en expressie. Ook ga ik onderzoeksactiviteiten die met anderen afgesproken moeten worden inplannen.

Als dat duidelijk is, bedenk ik een startactiviteit en een afsluitactiviteit. De startactiviteit is bedoeld om de kinderen warm te maken voor een thema. De afsluitactiviteit is bedoeld om een doel te hebben: waar werken we met de klas naar toe.

Voorbeelden van startactiviteiten zijn:

  • Schatkist; allerlei voorwerpen die met het thema te maken hebben, kinderen raden naar het thema
  • Gesprekken in tweetallen; de kinderen krijgen in tweetallen een voorwerp of een foto en bespreken wat ze zien. Daarna wordt het teruggekoppeld in de grote kring
  • Bezoek brengen aan bv bakker, postkantoor, makelaar, etc. Zo komen de kinderen in de stemming en leren meteen dingen die ze tijdens het spel kunnen gebruiken
  • Verteltas; n.a.v. boek
  • Een voorwerp neerleggen en bespreken in de kring; wat is het, hoe ziet het er uit, wat kun je er mee?

Voorbeelden van afsluitactiviteiten zijn:

  • Winkeltje openen
  • Restaurant openen
  • Iets verkopen aan anderen
  • Tentoonstelling in de klas
  • Voorstelling aan andere groepen geven
  • Boekje/krant maken
  • Voorstelling aan de ouders
  • PowerPoint-presentatie in de klas; leerkracht laat aan de kinderen zien wat er allemaal is gedaan.

Dan is de basis van het thema klaar en kan het in de klas opgestart worden met de gekozen startactiviteit.

Met de kinderen wordt de klas ingericht; wat hoort er bij, welke hoeken kunnen de kinderen bedenken, wie heeft thuis materialen die er bij passen? Wat hebben we nodig? Lijst maken en ophangen zodat ouders weten wat er nog gebruikt kan worden. Ik zet boeken in de boekendoos die bij het thema aansluiten.

Met de kinderen wordt een thematafel ingericht. Op de thematafel komen allemaal spelletjes, puzzels, platen, voorwerpen, poppen etc. die bij het thema passen. Er kunnen woordkaarten bij gezet worden

Als taalactiviteit maak ik met de klas altijd een woordveld. Daarop beschrijven we wat we al weten en wat we nog willen weten.

Daarna gaat het thema echt van start. Elke dag bespreken we in de kring iets dat bij het thema past. Dat kan een boek zijn, een spel, een voorwerp, een rekenactiviteit, een taalactiviteit, een liedje/opzegversje, etc. Zo krijgen de kinderen elke dag meer kennis over het onderwerp en kunnen dat verwerken in het spel in de hoeken. Aan het eind van de ochtend of middag vertellen de kinderen wat ze hebben gedaan en laten zien wat ze hebben gemaakt. Daardoor worden anderen weer enthousiast gemaakt.

Terug naar OGO pagina