|
|
||||||||
|
Er gebeurt heel wat op een dag en in een week in
een kleutergroep. Hier volgt een overzicht van allerlei dagonderdelen
die in mijn groep voorkomen. bakken af/niet af - bert beer - boek van de week - dagboek - klassenregels - klassendienst - kring - leo de lettervogel - letterlijn - letterwinkeltje - motoriekkoffer - muziektrommel en muziekkastje - naar huis gaan - nestje met eenden - nieuws - planbord - projectboekje - rekenkastje - schatkist - taalkast - tafel van ik - taken in de klas - themakast - vertelkast - weekschema + liedje - wenskist + formulier
Hoe zelfstandiger de kinderen zijn, hoe meer oplossingen je moet bedenken om alles goed te regelen. Als iemand klaar is met een opdracht, een tekening of een werkboekje, waar laat je dat dan? Alles op het bureau is rommelig en niet praktisch. Daarom heb ik twee bakken in de klas. Eén voor alles wat klaar is. En één voor alles dat nog afgemaakt moet worden. Deze bakken staan vlak bij de deur waardoor we naar buiten gaan. De leerkracht haalt er in de loop van de dag van alles uit wat opgehangen wordt in de klas, wat in het projectboekje komt en wat mee naar huis moet.
Bert Beer is onze logeerbeer. Elke vrijdag gaat hij bij iemand uit de klas logeren. Bert heeft een eigen rugzak met logeerspulletjes. Op vrijdagmorgen wordt er door middel van een aftelrijmpje gekeken, wie Bert Beer mee naar huis mag nemen. Dit kind krijgt dan een berenketting om. Als het twaalf uur is, mag de rugzak en Bert Beer mee naar huis. In die tas zit ook een dagboekje. Hierin schrijven de ouders een verslagje over de logeerpartij. Dit lezen we elke maandag in de kring voor. In de bijlage kun je zien welke brief er in de tas zit voor de ouders en wat er zoal in de tas zit.
We beginnen in de klas elke ochtend met een half uurtje aandacht voor het lezen. In onze klas beginnen we op maandag met het boek van de week. Van dat boek laat ik de voorkant zien, waarna de kinderen mogen raden waarover het boek gaat. Daarna lees ik het boek voor aan de klas en hebben we er een gesprekje over. De rest van de week doen we allerlei activiteiten met het boek: naspelen/uitspelen, zelf een boek maken, vertellen bij een van de platen uit het boek, interactief voorlezen, praatmand: voorwerpen in een mand die bij het boek passen en daar gesprekken over voeren, kinderen het boek zelf laten voorlezen of een verteltafel maken bij het boek. Waarom doen we dat? Op die manier biedt ik structuur in het aanbieden van een boek en komt het regelmatiger aan bod en dat is belangrijk want kinderen houden van herhaling en leren daar veel van doordat ze het verhaal beter leren kennen, beter leren zich te verwoorden door het verhaal na te vertellen en daardoor een beter taalgevoel krijgen. Ik vind het erg belangrijk om aan het eind van de dag even terug te kijken: wat hebben we gedaan en waarom deden we dat. Op deze manier herhalen de kleuters even alle gebeurtenissen van de dag. De dag erna kunnen de ouders het ook even nalezen. Er zijn immers altijd wel kinderen die niets vertellen over wat er op school gebeurt. Klassenregels: Aan het begin van elk schooljaar, houden we op onze school een project over omgangsvormen. Aan het einde van het project stellen we met de hele klas regels op n.a.v. de vraag: Hoe zou je willen dat het gaat in de klas? De kinderen komen dan met allerlei suggesties:
• Elkaar niet schoppen, slaan etc.
Hoe organiseer je de kring in de klas. In mijn groep hanteer ik op maandag de grote vertelkring. Op dinsdag tot en met vrijdag is er de kleine kring. Grote vertelkring: In de kring wacht ik tot iedereen een plekje heeft gevonden. Dan verstop ik mijn handen onder mijn trui en doe een aantal vingers omhoog. De klassendienst raadt hoeveel vingers ik onder mijn trui omhoog doe en diegene die het goed geraden heeft, mag beginnen met vertellen. We geven dan een verteldier door (zie nestje met eenden). De regel is: als je de eend hebt, mag je vertellen, heb je de eend niet dan ben je stil. Er zijn kinderen die graag en vaak vertellen maar zijn ook kinderen die dit het liefst nooit doen. Ik probeer regelmatig op te schrijven wie wel en wie niet vertelt maar ook hoe er verteld wordt. Dit komt in het kinderdagboek. De kinderen die nooit vertellen, probeer ik wel te stimuleren maar meestal werkt dat niet en zeggen ze, als ze al wat zeggen, niet veel meer dan het nodige. Wat ik wel belangrijk vindt, is dat kinderen in vrije situaties wel spreken. Dat is ook meestal het geval. Zelf was ik vroeger absoluut geen prater maar neem maar van mij aan, dat is helemaal goed gekomen! Kleine vertelkring: Van dinsdag tot en met vrijdag mogen de kinderen vaak zelf kiezen of ze in de kring gaan. Ik geef dan tijdens de inloop de opdracht dat ze mogen opruimen als ze in de kleine kring willen. Even later zitten er een aantal in de kring. Voor dat ik me met hen bezighoud, draai ik de cirkel om waarop staat: juf niet storen. Ik vraag de andere kinderen door te gaan met hun bezigheden maar daarbij te fluisteren. Als er voldoende rust is, beginnen we met de kleine kring. We tellen tot 10 en wie tien heeft, mag een kleine eend uit het nest kiezen. Deze eend mag willekeurig doorgegeven worden. De ene keer zitten er twee kinderen en een andere keer zijn het er vijftien. In de kleine kring houden we meer omgangsvormen aan dan bij een grote kring. Ze moeten elkaar aankijken als iemand vertelt, ze moeten luisteren en er mag gereageerd worden maar dan moet het wel op het verhaal slaan. De overige kinderen spelen over het algemeen rustig verder. Heel soms moet ik waarschuwen en de algemene maatregel is: drie keer waarschuwen en je moet even aan een tafel zitten. Als iedereen in de kleine kring klaar is met vertellen, komen de anderen erbij en gaan we verder met een aantal kringactiviteiten waar iedereen bij aanwezig moet zijn.
Dit is Leo de lettervogel. Een nieuw fenomeen in de klas. Leo zit op de letterbak. Elke dinsdagmiddag wordt de letter van de week door hem uitgezocht. (een kind mag de vogel die middag hanteren). Het moet wel een letter uit het letterdoosje zijn. Die letter gaan we eerst bevoelen zonder te kijken en daarna gaan we raden welke letter het is. Daarna bedenken we allemaal woorden die met die letter beginnen. Die woorden komen in een plastic hoes en die hang ik op het prikbord. Gedurende de week mogen de kinderen nog voorwerpen meenemen die met diezelfde letter beginnen. Op de volgende dinsdag gaat Leo dan controleren of het inderdaad voorwerpen zijn die er bij horen. Dan mag hij ze pakken, anders laat Leo ze liggen. Het is momenteel een groot succes! Op dinsdagmiddag gaat op onze school alleen groep 2 naar school. Groep 1 is dan vrij. We besteden op deze middag wat meer aandacht aan voorbereidend lezen en rekenen. Voor de middag heb ik een speciaal programma. Een van de onderdelen is: de letter van de week. In een letterdoosje zitten letters die met het project te maken hebben. Elke week halen we hier een letter uit en bedenken allemaal woorden die met deze letter beginnen. Ik schrijf deze woorden op. Als er zo veel mogelijk woorden bij zijn bedacht, hangen we dit papier aan de letterlijn.
Dit is de basis van mijn letterwinkeltje. Natuurlijk heb ik daarvoor een ladenkastje van Ikea gebruikt. De oranje en blauwe lade zitten er nu in maar kunnen er ook uit. De achterwand heb ik wat bijgezaagd waardoor ik de achterwand omhoog kan schuiven. Dan kunnen er echt letters verkocht worden. De plank boven de groene lade is de toonbank en in de lade zit een letterboek die na het aanbieden van de letter van de week even aan bod komt. Wat is de bedoeling: Elke week bied ik een letter aan uit het letterdoosje (zie hierboven). We bedenken woorden die met die letter beginnen. Leo, de lettervogel, zit in de oranje lade en geeft de opdracht om thuis plaatjes en dingen te zoeken van dingen die ook met die letter beginnen. Die dingen komen in de blauwe lade. De volgende week gaat Leo de lettervogel kijken wat er allemaal in de lade zit en of het klopt. De plaatjes die gevonden zijn, komen in een letterboek waar ook werkbladen van de letter van de week inzitten. Op de deurtjes komt een wasknijper waar de letter aan komt te hangen. Zo nu en dan gaat de achterwand eruit en mag een kind letters kopen of verkopen. Natuurlijk is de betaalwijze een plaatje van iets dat met die letter begint of een woord.
Van Hetty en Jelly kreeg ik een lijst van wat er allemaal in kan: Inhoud motoriekkist kleuterbouw
Kastjes in de klas geven mij veel structuur.
Vandaar dit kastje erbij: het muziekkastje. In het kastje komen voor elk
thema de volgende onderdelen:
Op het kastje staat een muziekdoosje. Grappig is dat de kast meteen werkt als een klankkast. Als je aan het wieltje draait, hoor je een leuk deuntje. Dat is het teken dat de muziekles gaat beginnen. Aan het einde van het thema worden de liedjes in de muziektrommel gestopt, zodat we ze altijd weer kunnen gebruiken.
Dit is de muziektrommel. Hierin zitten alle liedjes die we het afgelopen schooljaar hebben geleerd. Elke keer als we even tijd over hebben, mag iemand een liedje uitzoeken en die zingen we dan.
In de klas staat een mandje met daarin een vadereend, een moedereend, twee jonge eendjes en wat eieren. Dat nestje, zoals we dat noemen, staat er voor de kring.
Op maandag maken we na de inloop altijd een grote vertelkring. Dit is verplicht. Als iedereen in de kring zit, pakt de leerkracht het nestje en houdt onder de trui een aantal vingers van haar hand omhoog. De klassendienst (de kinderen die naast de leerkracht zitten), mag raden hoeveel vingers de juf omhooghoudt. Is het goede aantal geraden dan mag diegene een grote eend uitkiezen. Deze dient dan als verteleend. Dat kind die de eend op schoot heeft, mag praten en de rest dus niet. Van dinsdag tot en met vrijdag mogen de kinderen kiezen of ze in de kring willen. Daardoor vormt zich de kleine kring. Deze kring is dus vrijwillig. Maar eenmaal in de kring, moet je er wel in blijven. We tellen tot 10. Het kind dat nummer 10 is, mag een klein eendje kiezen. In de kleine kring komt ook aan de orde dat je naar elkaar moet luisteren, dat je naar elkaar kijkt als iemand praat, dat je een ander uit laat spreken, dat je best eens iets mag vragen maar dat het wel over het onderwerp moet gaan, etc. In de kleine kring hoef je de beurt niet aan degene te geven die naast je zit. Je mag iedereen kiezen die nog geen beurt heeft gehad. Het komt er op neer dat we voor de grote kring een grote verteleend gebruiken en voor de kleine kring een kleintje. Ook kleuters zijn begaan met wat er in de rest van het land gebeurt. In de klas heb ik op een kastje het woordje nieuws hangen. Hierop mogen krantenknipsels komen, die zij belangrijk vinden.
Na jarenlang uitproberen wat het beste werkt, heb ik uiteindelijk dit planbord ontworpen. Er is op dit planbord ruimte voor 17 hoeken. Het hokje rechtsonder is er voor gemaakt als iemand bezig wil met een werkbladentaak. Onder elk plaatje hangen kleine spijkertjes. Onder de bovenste rij hangen er twee, onder de middelste hanger er vier en onder de onderste zes. Rechts van de hoekenkaartjes is een rood vlak geschilderd waar de namen hangen. Daarboven zitten nog drie vakken. Boven elk van die vakken zit een kleur: rood – geel – blauw. Daaronder hangen acht spijkertjes. Dit vak is voor de weektaak. Zodra de kinderen de klas in komen mogen ze direct gaan kiezen vanaf het planbord. Het kan wel eens voorkomen dat juf een kaartje omdraait. Misschien omdat de hoek in de gang ligt of omdat de hoek meer lawaai heeft en daardoor niet handig is om aan het begin van de dag al open te hebben.
Ik bewaar alles wat de kinderen op A4 formaat maken zo lang een project duurt. Ik maak bij ieder project een leuke voorkant. In het boekje doe ik stempelboekjes, telopdrachten,, kleurplaten, tekeningen, opdrachten van de weektaak, etc. Meestal doe ik er een kort verhaaltje bij wat we allemaal hebben gedaan en wat liedjes en versjes. Dan gaat het mee naar huis. De ouders hebben zo een leuk overzicht wat hun kinderen de laatste weken allemaal gedaan hebben.
Om structuur te brengen in het
rekenonderwijs ga ik werken met het rekenkastje. Daarvoor heb ik een
kastje met 6 laden gezocht en deze in vrolijke kleuren beschilderd.
Stickers met cijfers erop geplakt en voor elke lade een figuur
aangeschaft dat bij een van de domeinen past.
In de schatkist stop ik allemaal dingen die met een thema te maken hebben. Soms gaan we raden welk project het gaat worden maar het kan ook zijn dat de leerkracht allemaal dingen uit de schatkist uitdeelt. De kinderen mogen dan in tweetallen met elkaar gaan overleggen. Ze stellen de volgende vragen: wat is het, wat doe je er mee, waar is het voor nodig, waarom past dit bij het thema. Aan het eind van hun gesprekje onderling, mogen ze het laten zien en er wat over vertellen.
Collega Marije Bouma en haar vriendin Siska maakten dit leuke taalboek:
Om een map is een pluchen hoes gemaakt. Hierop zijn acht zakjes gestikt. In elk zakje zitten voorwerpen/poppen die voor een onderdeel staan:
In het boek zitten de auditieve oefeningen die gebruikt kunnen worden.
In de klas staat: de tafel van ik. Het is een tafel
met een leuk kleedje erop, een trommeltje en een fotolijstje. Elke week
krijgt iemand de beurt om de tafel te vullen. De spullen mogen
meegenomen worden in een speciale ik-tas. Op de tafel mogen allemaal
dingen komen te staan die met die persoon te maken hebben: foto's,
lekkere dingen, hobby's, voorwerpen die met de persoon te maken hebben, etc. In de loop van de week wordt de hele tafel gevuld. De week erop mag
diegene die de beurt had, vertellen over zichzelf en de dingen die op de
tafel staan, laten zien. Het kind mag kiezen of dat in de kleine of de
grote kring gebeurt. In de kleine kring mogen ook twee vriendjes gekozen
worden. De leerkracht kiest de andere kinderen. Als een kind aan de
beurt is, komt er een hoes over de stoel met daarop de letters: ik. Het zonnekind
Ook voor deze vorm kan worden gekozen: Elke week staat een van de kinderen in het zonnetje: Dit kind mag een mooie verftekening maken, daaromheen komen uitspraken van andere kinderen over dat kind, het kind mag de hele week op een kussen zitten met een zonnetje erop en aan het einde van de week mag het kind vertellen over zichzelf.
We werken op school met de methode: de Vreedzame School. Hierin kwam o.a. naar voren dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de sfeer maar ook de netheid in de klas. Daarom hebben we in alle klassen een lijst met taken en die worden elke week verdeeld. De kinderen vinden het geweldig en voelen zich erg verantwoordelijk. Ik heb alle kinderen op de foto gezet en deze foto's in een lijstje opgehangen (te koop bij Blokker). Daarna hebben we gepraat over alle taken die er zijn in de klas. Deze taken heb ik ook op de foto gezet: vegen, tafel schoonmaken, kaartjes van het planbord halen, jassen helpen aantrekken, licht aan/uit doen, zorgen dat de jassen niet op de grond liggen, kwastjes schoonmaken, kasten opruimen, puzzelkast netjes maken, dagboek ophalen, etc. Deze foto's heb ik klein afgedrukt en gelamineerd. Deze kaartjes gaan elke week bij een ander kind in het hoesje. In de klas gebruik ik naast de schatkist ook de themakast. Ik heb bij Ikea een ladenkastje gekocht. Hier heb ik zelf triplex platen tegenaan gezet en ziedaar: mijn themakast is klaar!
Wat
is mijn bedoeling hiervan: Ik stop bij elk nieuw thema de 7 laatjes vol
met iets wat met het thema te maken heeft. In de onderste la komt een
leuk boek. Verder wil ik er standaard een liedje in doen met een
muziekinstrumentje, een spelletje, vingerpopjes waarmee een verhaal
nagespeeld kan worden in het theater erboven, iets erin om te
onderzoeken etc. Elke dag mag iemand een laatje kiezen en datgene dat
erin zit eruit halen. Daarna gaan we er mee aan de slag. Als voorbeeld heb ik alvast wat in de laatjes gedaan voor een piratenthema: een Pippi popje, een popje van Woeste Willem, een koningin die hoort bij een verhaal bij de verteltafel, het boek van Woeste Willem, een fles met een briefje erin, een verrekijker en een schatkist met een telspelletje. Wil je zelf aan de slag met een themakast? Klik hier voor de werkbeschrijving. Hendrika heeft ook een schatkast/themakast gemaakt:
De vertelkast. Het lijkt een soort theatertje. Je kunt er vanaf boven een boek of een vertelplaat in doen. Zet er een spotlight op en je kunt je verhaal vertellen. Daarbij heb je meteen je handen vrij om iets aan te wijzen of gebaren te gebruiken. Om de dagen van de week, de datum, de maanden en het jaar te oefenen, heb ik in de klas een weekschema hangen. Elke dag zingen we het liedje: Klik hier voor de melodie
De kinderen mogen dan raden en de goede dag en datum wordt erbij opgehangen. Ook hangen we er kaartjes onder van de bijzondere gebeurtenissen van de komende week.
Elke dag komt weer het moment van het naar huis gaan. Als je één of twee groepen hebt, vinden kinderen snel hun weg naar hun ouders of andere personen die hen ophalen maar als er meer groepen komen, wordt het al snel onoverzichtelijk voor kinderen, ouders en de leerkracht. Een van de juffen op onze school kwam met een geweldige oplossing. Het werkt al jaren heel goed op de volgende manier: Als de school is afgelopen loopt juf voorop en de kinderen twee aan twee achter haar aan. Op het plein gaan ze op een daarvoor bestemde plek staan. Elke groep staat op een andere plek. Dit is ook met de ouders gecommuniceerd dus ook zij weten waar ze moeten gaan staan. Als de hele rij staat, gaat de leerkracht een voor een de kinderen af......zien ze beiden degene die het kind ophaalt, dan gaat het kind er naar toe. Is er nog niemand, dan wacht juf met de overgebleven kinderen. Op deze manier is het voor alle partijen zeer overzichtelijk en houd je als leerkracht de kinderen goed in de gaten en lopen ze niet zo maar weg of raken in paniek omdat er niemand is. Ook ouders vinden het prettig. Echt een aanrader! Wat is een wenskist? Ik vind het belangrijk dat als er iets bijzonders is, b.v. een verjaardag van ouders/opa's/oma's, iets verdrietigs, een geboorte, een zwemdiploma, etc. de kinderen de kans krijgen om iemand iets toe te wensen. Dit moeten ze natuurlijk wel leren. Doel: functioneel lezen en schrijven Wat zit er in de wenskist:
Deze wenskist staat op een kast. De afspraak is dat
er eerst samen met de leerkracht een formulier ingevuld wordt. Op dat
formulier kunnen de kinderen aangeven waarvoor het is en wat ze nodig
hebben. Daarna krijgen ze een bakje waarin de benodigde materialen
verzameld worden en mogen de kinderen aan de slag. In de wenskist zitten voorbeeldkaartjes. Deze heb ik gedownload van Biebels lespakket: www.lespakket.net Kijk bij de letterhoek. De wenskist is gemaakt van een ladenkastje van Ikea. Je kunt er natuurlijk nog allemaal leuke dingen opplakken maar ik wil de laatjes kunnen uitwisselen met de themakast. |