In het begin van het
schooljaar zoek ik vaak een thema waar de kleuren veel aan bod komen.
Daarom heb ik gekozen voor het thema vlinders en rupsen.
Wat wil ik de kinderen
leren:
Ontwikkeling
ei - rups
Er zijn
verschillende soorten vlinders
Er zijn
verschillende kleuren en de namen ervan
Groente en
fruit en het verschil ertussen
Tellen tot 10
van fruit n.a.v. boekje Rupsje Nooitgenoeg
Boeken bij het
project
Speelgoed
bij het thema
Start
van het thema
Er ligt een rupsje in de klas op de
schatkist. Wat wil deze rups? Hij is bang voor de grote blauwe vogel die
ook in de klas staat. We stellen het rupsje gerust. De vogel zal de rups
niet opeten. Het rupsje heeft honger. Wat eten rupsen eigenlijk? In de
schatkist ligt gelukkig een boekje: Rupsje Nooitgenoeg. We lezen deze
samen voor in de kring. Daarna volgt een gesprek: eten rupsen echt
taartjes en fruit? Wat is wel en wat is niet waar?
Opening van het
project
Introductie
van het project:
Schatkist met daarin: Poppen:
rups en vlinder, kaartjes met allerlei vlinders erop, boek: Rupsje Nooitgenoeg, Rupsje Nooitgenoeg-rups,
honing om te proeven, letterdoosje: rups.
Woordveld van rups/vlinder maken
Onderzoeksactiviteiten
en uitstapjes
Plant een
vlinderstruik voor het raam van de school. Zet er eventueel andere
vlindertrekkende planten bij. Maak voor het raam een uitzichtplek
met verrekijkers en tekenpapier en laat de kinderen de vlinders
tekenen die ze zien.
Bestel bij de
vlinderstichting:
www.vlinderstichting.nl een pakket: koolwitjes in de klas. Je
krijgt dan op school een pakket toegestuurd met daarin eitjes en
rupsen. Deze moet je in een bak doen. Door regelmatig kool in de bak
te leggen, eten de rupsen zich vol en worden zo een pop. Later komt
uit de pop een vlinder.
Observatieplek
voor het raam: creëer een plek waar de kinderen naar buiten kunnen
kijken of er vlinders op de vlinderstruik zitten en waar ze in de
vlinderbak kunnen kijken naar de ontwikkeling van ei tot vlinder.
Laat de kinderen tekenen wat ze zien als ze zijn uitgekeken op de
rupsen.
Rupsenbak in de klas van de
vlinderstichting. Elke dag kijken de kinderen of er al wat is veranderd.
De rupsen eten de koolbladeren snel op en na een paar dagen: ja hoor,
het eerste koolwitje hangt aan een takje!
En na een paar dagen laten we de vlinder
buiten vrij!
Vlinder vrij.....vlinder vrij.....vlinder
vrij......weg ben jij!
Omdat Rupsje
Nooitgenoeg veel fruit eet, hebben we een zijstapje gemaakt naar de
groentewinkel. We hebben de supermarkt in de buurt bezocht om de
groenteafdeling te bekijken. Daar kregen we twee kratten met groente en
fruit en heel wat appels. Deze appels hebben we natuurlijk geproefd.
Verder hebben we al het andere fruit in stukjes gesneden en geproefd. De
groente en het fruit hebben we gesorteerd en benoemd. Daarna zijn we
naar de moestuin geweest en daar hebben we bekeken hoe groente en fruit
groeit. Dit maakte indruk!
Thema: groente en fruit
Knutselopdrachten
Rupsje Nooitgenoeg van brooddeeg waar verf doorheen is gemengd
Vlinders; rand kleuren met wasco.
Vlakken prikken en vliegerpapier erachter plakken
Kleurplaat inkleuren met ecoline en dan voor het raam hangen
Rups van een deel van een eierdoos. De kinderen hebben dit geverfd.
Vlinder met een lijfje en kopje van
kralen
Rups en een cocon; rups van
muizentrapje en cocon van wc rol
Rups eet een gat in een blad; rups van
muizentrapje
Vlinders verven
Vlinders van filterzakjes en hier
ecoline overheen
Vlinders.....het lijfje is een foto
van het kind en de vleugels zijn de handen van het kind.
Vlinders: vouwen van zes vliegers
vliegers
Vlinder vouwen voor groep 1; de
schuine vouw
Een rups van toiletrollen in stukjes
Rupsen knippen en plakken
Tekenen met een zwarte stift:
ontwikkeling van ei tot vlinder, daarna inkleuren met ecoline en de
woorden naschrijven.
Papier versieren met ecolinevlekken en
dit als waaier; om en om vouwen. Een toiletrolletje in het midden en
dit verder versieren.
Hoeken
Observatiehoek
Verteltafel:
Rupsje Nooitgenoeg
Groente/fruitwinkel
Strijkkralen
vlinders maken
Spel
en beweging
Inleiding: De kinderen
mogen vrij bewegen door het speellokaal: laat ze fladderen als vlinders,
kruipen als rupsen, stil liggen als een eitje op een blad, fladderen van
bloem naar bloem.
Spelletjes:
Ik heb een
vlindertje op mijn hand (Ik heb een brilletje al voor mijn ogen); De
wij wordt als volgt: Ik heb een vlindertje op mijn hand, dat gaat
vliegen door het land, welke bloem kies ik in de rij, ook ik zie het
al dat ben jij. Maak een kring. Een van de kinderen loopt in het
midden in tegengestelde richting. Bij: ik zie het al, dat ben jij
mag het kind in het midden een van de andere kinderen kiezen en
samen een dansje maken.
Daar zat een
heel klein vlindertje/rupsje heel stil op een blaadje (Daar zat een klein zigeunermeisje)
De rups; Een
van de kinderen is de kop van de rups. De andere kinderen zitten in
hoepels die verspreid door het lokaal liggen. Telkens als de rups
stopt, sluit het kind zich aan en zo wordt de rups steeds langer en
langer. Als de rups genoeg heeft gehad, gaat de hele rij heel zacht
zitten en bewegen mag niet (cocon). Dan komt er uit de cocon een
vlinder. Iedereen fladdert door het speellokaal.
Stoelendans
met hoepels: De hoepels zijn de blaadjes. Op elk blaadje zit een
rups. Op een teken gaan de rupsen op zoek naar eten. Ze kruipen om
de blaadjes heen. Als de leerkracht op de trom slaat, gaan de rupsen
zo snel mogelijk naar een blaadje. Zorg dat er steeds iets minder
hoepels liggen dan er kinderen zijn. De rupsen die geen blaadje
hebben, zijn af.
Groen is gras
Hoeveel
vlinders zitten er achter je? Stiltespel
Muziek
Lieve vlinder, lieve
vlinder mag ik met je mee omhoog
Hoog in de wolken wil ik wezen
Hoog in de wolken wil ik zijn
Lieve vlinder mag ik met je mee omhoog
Rupsje at….rupsje at…. rupsje at……..
een gat in een blad.
Rupsje spon…. Rupsje spon….rupsje spon
een cocon in de zon
Vlinder vrij….vlinder vrij….
weg ben jij!
Gebaren:
Hand en arm stellen
tak en blad voor.
Een vinger kruipt langs de tak (de arm) naar het blad (de hand)
Daar eet hij een gat in het blad (holte tussen duim en wijsvinger)
Bij spinnen draai dan de handen om elkaar heen
De cocon in de zon zijn de twee handen samen met een beetje ruimte
ertussen
Dan wordt de cocon de vlinder door de handen naast elkaar te leggen met
de duimen tegen elkaar aan. Fladder met de handen als de vleugels van
een vlinder.
Bij weg ben jij gaan de handen achter de rug.
Rups
wat hindert je......
Rups,
Rups, wat hindert je
Je moet niet treurig zijn.
Je wordt een prachtig vlindertje
met vleugels van satijn
Dan vindt je bloemen overal,
de mooiste die je kent.
En niemand die nog zeggen zal
dat je zo lelijk bent
In
kleuterwijs staan verder nog een aantal liedjes:
Deze pagina werd mede mogelijk gemaakt
door bijdragen van: Bea Niphuis, Ina Schild (kralenplanken) Margriet Holterman, Margriet van Laar
(materialen),
Minke Bosma, Tineke v.d. Ploeg
en Marije Bouma.