Ik wil de kinderen leren dat er
dieren zijn die onder en boven de grond leven.
Omdat het lente is, zijn kinderen
meer buiten en zal het thema meer gaan leven
De mol is het centrale dier in dit
thema
Ik wil tijdens dit thema de
verteltafel samen met de kinderen maken en dan iedereen er in laten
werken. Op die manier kan ik een goed beeld krijgen van de
mondelinge taalvaardigheid van de kinderen. Kunnen ze het verhaal
goed navertellen? Houden ze de verhaallijn goed vast?
Boeken
DVD
Onderzoek/uitstapjes
Met een schepje graven in de
grond, wat kom je tegen?
Kijken met een vergrootglas in het
gras, wat zie je allemaal?
Accubak vullen met aarde en daar
wormen in verzamelen
Een mol is slechtziend;
brillenwinkel maken en ogentest doen
Aankleding
van de klas
Verftekening op het raam van een mol in
een molshoop
Opening
van het thema
In de schatkist zitten de volgende dingen:
Boek van de kleine mol, mollenpop, zakje potgrond, zaadjes, bolletjes,
letterdoosje met de letters g-r-o-n-d, neppoep en plastic insecten. Elke
keer pak ik er iets uit en mogen de kinderen raden waar we over gaan
werken. Als laatste pak ik de mol en het boek. Het boek wordt
voorgelezen.
De mol speelt een centrale rol tijdens het
thema. De mol gaat dan weer onder de grond en komt bloemenzaden en
bloembollen tegen, dan kruipt de mol uit het hol en ziet insecten in het
gras, later komt hij boerderijdieren tegen en ook liggen er op een dag
paaseieren. Zo komt er elke week een neventhema aan bod waar we verder
op in gaan.
In de themakast op de kijktafel zitten de volgende dingen:
bril (wat is slechtziend, ogentest, oogarts, etc.), letterdoosje met de
letters g-r-o-n-d (benoemen, woorden maken van de beginletters, woorden
leggen van de letters), boek over de mol met een vingerpopje,
vergrootglas (kijken tussen het gras), woordkaartjes de mol (hoe leeft
een mol), blinddoek (donker - licht, hoe is het als je bijna niets ziet?
voelspelletje), poep (nep).
Woordveld over: onder de grond
Knutselopdrachten
De mol komt van alles tegen onder en boven
de grond: insecten, konijnen, muizen en een worm.
Verven de grond en het gras; dieren
tekenen, uitknippen en er op plakken
Een konijnenhol
Een wormpje dat zich een weg door de grond
baant
De mol komt terecht in een muizenhol
De mol gemaakt van een drinkyoghurt fles waaromheen zwart en roze papier
is geplakt. Een paar poten van karton eronder en oogjes erop en de mol
is klaar om onder de grond te vertrekken.
Slakken van cirkels die steeds kleiner
worden, geplakt op een driehoek van vouwkarton
Slak van vlechtstroken
Mol gevouwen van 16 vierkantjes. Half
doorknippen en dan de vier hoeken naar binnen vouwen.
Mol van vilt. Molshoop knippen en plakken
Ook komt de mol onder de grond bolletjes en wortels tegen van bloemen.
En lieveheersbeestjes in het gras:
en op een blaadje
Een mierennest getekend met potlood op
zwart papier en een mier
Mollen van rolletjes en papier in
isolatiemateriaal
Mollen verven
Hoeken
Verteltafel
Slakken van speelklei
en een mol
Bakken met slakken en wormen om te bekijken
Holen graven in de zandtafel
Onderzoeken van grond; is alle grond hetzelfde?
Hoe ziet het er uit?
Hang landbouwplastic op als hol. Zo lijkt het net
onder de grond.
Opbouw
van het project
Week 1; onder en boven de grond,
donker/licht
Week 2; paaseieren in de wei
Week 3; de mol rolt in een konijnenhol en een muizenhol
Week 4; de mol komt boven de grond iets glads en glibberigs tegen en het
heeft ook iets dat hard is, het zijn slakjes
Week 5; Onder de grond ziet de mol witte draden en bolletjes, het zijn
de bollen en wortels van bloemen
Spel
en beweging
Spelles:
Groen is gras; zangspel en
kringspel
Onder de grond daar is het
donker; Wijs: in de kelder is het donker. Tekst: Onder de grond
daar is het donker, is geen licht of maneschijn, wie zal daar zijn,
molletje koekoek! Speel dit als een voelspelletje. Een kind heeft
een blinddoek op en staat midden in de kring. De anderen lopen
eromheen en bij molletje koekoek, mag het geblinddoekte kind voelen
wie er tegenover staat.
Ik heb een brilletje;
zang/kringspel.
Molletje, kom uit je hol;
In het midden van het speellokaal ligt een molletje op een mat. De
andere kinderen lopen door het lokaal. Als iemand zegt: molletje kom
uit je hol, mag de mol de kinderen tikken.
Gymles:
Kruipen door een tunnel van
stof; ervaren donker en licht
In tweetallen lopen, waarbij de
een de ogen dicht heeft en de ander mag leiden
Hoepels in het gymlokaal; door
de hoepels heen kruipen als een worm of een mol
Links
Muziek
In kleuterwijs staan de volgende liedjes:
blz. 146; van een duizendpoot
blz. 148; juffrouw slak
blz. 149; lieveheersbeestje
Liedje over een kleine mol die
wilde weten wie op zijn kop gepoept heeft:
liedje
In het grote versjesboek van
Marianne Busser en Ron Schroder staat:
Molletje
Wie woont er in de grond
wie woont er in een holletje
ergens in de tuin?
dat is natuurlijk.....
Wie slaapt er in zijn hol
en ligt dan op een bolletje
diep onder het gras?
dat is natuurlijk.....
Wie poept zo nu en dan
een piepklein mini-drolletje?
je raadt het al misschien
dat is natuurlijk .....
Versje:
molletje mol
molletje mol woont
in een hol
molletje mol heeft veel plezier
molletje mol vindt in zijn hol
een hele dikke vette pier