Om een idee te krijgen hoe je de
activiteiten kunt verdelen, kun je hier een groepsplan/ontwerpschema downloaden. In
de lege vakken kun je de namen van kinderen in je groep vermelden met
het doel waarmee je het kind wilt begeleiden:
groepsplan/ontwerpschema kunst in de klas
Doel
Een thema waar allerlei mogelijkheden in
zijn. Je kunt kiezen voor kunstenaars, het museum, kunstwerken, wat vind
je mooi en wat niet en waarom niet, kleuren, technieken, etc.
Mijn doelen zijn:
Kinderen leren welke verschillende
kleuren er zijn en het verschil tussen lichte en donkere kleuren
duidelijk maken.
Kinderen laten ervaren dat mooi of
niet mooi vinden van kunst allemaal mag, iedereen mag er het zijne
van vinden
Kinderen zelf kunst laten maken
Kinderen leren wat een museum is
en wat je daar kunt zien
Boeken
Informatie over kunst en museum voor
kinderen:
Muziek
CD
Onderzoek/uitstapjes
Breng een bezoekje aan een museum
en bekijk de kunst die daar aanwezig is.
Mengen van kleuren en opdrachten
met kleuren doen.
De kinderen hebben zelf zonnebloemen
gepoot in een bekertje. Deze staan nu in een bloemenkasje en er
komen al een paar plantjes naar boven.
Aankleding
van de klas
De kleurenlijn; Hang een waslijn op in de
klas. Spreek met de kinderen af dat een bepaalde periode een kleur
centraal staat. Hang aan die waslijn alles op dat die kleur heeft en dat
de kinderen van huis meenemen. Je kunt ook meerdere lijnen in de klas
ophangen en daar allerlei kleuren verzamelen.
Kleurendozen; Je kunt ook dozen in een
bepaalde kleur schilderen en hier alles van die kleur in verzamelen.
Schilderijen; Hang afbeeldingen van
schilderijen op in de klas
Kijktafel;
Ideeën
voor het thema kunst van andere leerkrachten
Van Elsie:
We hebben in de tweede en derde kleuterklas 3 weken rond het gedicht
“blauw” van Johanna Kruit gewerkt. We hebben ons door bestaande
kunstwerken zoals een uur blauw van Jan Fabre, borden uit Delft,...
laten inspireren om ook blauwe kunstwerken te maken zoals blauwe
schilderijen, een blauwe collage, blauwe juwelen, blauwe borden,...
Alle kleuters kwamen op school in het blauw
en we hebben ons thema afgesloten met een heuse tentoonstelling. Met
blauwe chips en een wijntje in de hand konden de ouders en grootouders
al onze kunstwerken komen bewonderen! Ze waren heel enthousiast!
Toneelstuk van leerkrachten: Tante Sofie
vindt haar muur zo leeg en wil graag kunst gaan kopen bij een
kunstenaar. De eerste kunstenaar schildert abstract en daar houdt tante
Sofie niet van, de volgende schildert fruitschalen en flessen. Dat vindt
tante ook niks. De derde schildert hele mooie gekleurde bomen en dat is
waar tante naar op zoek is. Tante houdt van kleur. Dat schilderij gaat
ze kopen.
Hou daarna in de klas een gesprek over wat kinderen mooi en niet mooi
vinden en waarom. Gebruik hierbij allerlei platen van verschillende
schilderijen.
De lijst: Pak een mooie, lege lijst en zet
die neer in de klas. Vraag de kinderen wat het is en waarvoor het dient.
Hou de lijst daarna voor verschillende achtergronden. Wat vind je mooi
en wat niet, waarom niet? Zet uiteindelijk de lijst ergens neer voor een
mooi achtergrond. Bijvoorbeeld het raam buiten en laat de kinderen
natekenen/naschilderen wat ze zien.
Maak een woordveld over kunst; wat weten
de kinderen er van?
Schatkist;
In de schatkist zit: een palet, een model,
een kleurenboekje, een penseel, een verfdoos, een verftube, een
schildersdoek, een schildersezel, een schilderij, een reuzenpotlood, een
passe-partout, een toegangskaartje voor een museum en een
schilderijlijst. Deze spullen worden aan tweetallen uitgedeeld en de
kinderen praten in tweetallen over wat ze hebben en waarvoor het dient.
Later mogen ze het in de kring vertellen aan de anderen. Als kinderen
niet weten wat het is, wordt de hulp van anderen gevraagd.
Concentratiespelletjes
Leg verschillende
kunstenaarsattributen onder een doek. Bespreek de attributen en
benoem het. Doe daarna het doek er weer overheen. Wie weet nog
wat er onder ligt?
Kleurenrij maken; leg
teldopjes in verschillende kleuren in een mandje. Begin
eenvoudig met twee verschillende kleuren: rood - geel - rood -
geel - welke kleur moet nu? Maak het steeds iets moeilijker:
rood - rood - geel - rood - rood - geel - welke kleur is nu? Of
meerdere kleuren gebruiken.
Knutselopdrachten
Zonnebloemen:
Zonnebloemen van Vincent van Gogh
geschilderd op een achtergrond van gele ecoline
Groep 1 maakte ook zonnebloemen door
een vel papier te beschilderen met gele, oranje en bruine verf. Hier
hebben ze kleine bloemblaadjes geknipt en deze achter een bruin
geschilderd bierviltje geplakt. Een stokje is de steel van de
zonnebloem.
Lia stuurde een foto van een
groepswerk van haar klas. Zonnebloemen geschilderd in wit, geel,
blauw en bruin en later op een de achtergrond geplakt.
Els mailde haar zonnebloemen gebaseerd op Vincent
van Gogh
Zelfportretten:
Een verzameling zelfportretten op
verschillende manieren gemaakt op het prikbord.
Schilderen op A3 formaat
Portretten op een
ecolineachtergrond getekend met een zwarte stift
Mondriaan:
Mondriaans op verschillende
manieren gemaakt
Mondriaan op dik karton. De
achtergrond is wit geschilderd en de kartonnen strepen
zwart. De gekleurde vlakken zijn van golfkarton.
Mondriaan op dik karton. De
achtergrond is wit geschilderd en de kartonnen strepen
zwart. Verschillende vierkanten en rechthoeken zijn door de
kinderen geverfd en er later opgeplakt.
Nijntje en een kunstwerk
Mondriaan gemaakt van hout: de
lijsten zijn door de kinderen zelf getimmerd en op de witte
vlakken liggen gekleurde blokjes hout
Vermeer; Het meisje met de parel
Kandinsky:
De cirkels van Kandinsky geschilderd
door groep 1
Groep 2 heeft deze cirkels, gebaseerd
op het schilderij van Kandinsky, zelf geknipt en deze hingen boven
de tafel met de cirkels van groep 1
Groep 2 heeft een ondergrond met
ecoline beschilderd op dik karton. Ook kregen ze allemaal losse
vormen die ook gekleurd mochten worden. Toen dat droog was, mochten
ze met zwarte stiften strepen trekken en vormen tekenen. Daarna
werden de vormen erop gelijmd en dan is dit het resultaat:
Jan Wolkers:
Kunst van Escher:
Kleuren met een zwart potlood, daarna
uitknippen en op een zwarte ondergrond plakken
Claude Monet;
Waterlelies gebaseerd op Claude Monet
Picasso;
Beelden van Picasso, gemaakt van
karton
Beeld Picasso van hout
Picasso; papier en wasco
Algemeen:
Verftubes van een keukenrol.
Aan een kant dichtnieten en aan de andere kant een dop plakken.
Palet met penselen. De penselen zijn
gemaakt van een keukenrol met haren van crêpepapier.
Schilderen en plakken met zilverpapier
Harten geknipt uit beschilderd papier
Doosjes versieren en op een zwarte
ondergrond plakken
Een hoofd
Een schilderspalet van karton met daarop dopjes van een eierdoos
Zelfportret tekenen en zelf een houder maken van k'nex
Hoeken
Beelden maken van speelklei
Atelier maken waar de kinderen
naar hartenlust mogen tekenen en schilderen. Spreek hier wel
duidelijke regels af met de groep: wat mag je wel en niet doen, wat
doe je als je klaar bent met een schilderij, waar laat je het
schilderij, etc. Je kunt ook elke week een nieuwe opdracht geven:
gebruik alleen de primaire kleuren, het blad moet helemaal vol
geschilderd zijn, gebruik alleen vormen in je schilderij, stillevens
maken, portrettekenen, natuurschilderijen maken. Gebruik in de
laatste week echte schildersdoeken waarop iedereen zijn of haar
meesterwerk mag maken.
Een Mona Lisa atelier
Lijstenmakerij; Hier mogen
de kinderen schilderijlijsten timmeren en beschilderen
Verteltafel:
Nijntje in het museum; zie hier een document over de
opbouw van de verteltafel
Een van de kinderen heeft de verteltafel
helemaal nagetekend!
Museumhoek
Zelfgemaakte schilderijen in het museum en
natuurlijk een kassa met kaartjes.
Kleurenhoek
Mondriaans van Nopper
Het Gronings Museum nagebouwd in de
bouwhoek
Een lijst gemaakt van
insteekmozaiek
De zonnebloemenhoek.
Wat was hier te doen? Zonnebloemen natekenen/naschilderen, de groei
van de zaden volgen en een boek over zonnebloemen bekijken.
Zelfstandig
werken
Tijdens elk thema moeten de kinderen
een aantal opdrachten verplicht doen. Daarvoor heb ik een speciaal
formulier ontwikkeld waar de materialen staan waarmee gewerkt moet
worden. Telkens als de kinderen met een materiaal hebben gewerkt,
kleuren ze het vakje. Onder de pijl moet aan het eind van het thema
alles zijn gekleurd. De andere hokjes mogen wel gekleurd worden als ze
er nogmaals mee gewerkt hebben.
Inleiding: Hang in het speellokaal
allemaal gekleurde cirkels of slingers op. Laat de kinderen rondlopen.
Als de leerkracht op de trom slaat, zoeken de kinderen snel hun
lievelingskleur op en gaan daar bij staan/zitten. Met de leerkracht
worden de kleuren benoemd.
Nu mogen de kinderen
rondlopen/rennen/huppelen/etc. Als de leerkracht een kleur hardop zegt,
rennen de kinderen er zo snel mogelijk naar toe.
Spelletjes:
Overloopspel;
Aan twee kanten van het lokaal zijn strepen gemaakt. De
kunstenaar staat in het midden. Deze noemt een kleur en
iedereen die dezelfde kleur in de kleren heeft, mag naar
de overkant rennen. De kunstenaar probeert de kleuren te
vangen door de kinderen te tikken.
De kunstenaar en de
kleuren; In het midden van het speellokaal ligt een
vierkante mat, dat is het schilderij. In de vier hoeken
van het lokaal liggen ook matten. Elke mat
vertegenwoordigt een kleur. Als de kunstenaar een kleur
roept, gaan deze kinderen om het schilderij heen rennen.
Roept de kunstenaar ik ga schilderen, dan probeert hij
de kleuren te tikken. Ben je getikt dan ga je op het
schilderij zitten.
Estafette; De
kunstenaar heeft papier nodig. Wie brengt het papier zo
snel mogelijk naar de andere kant? Gebruik de breedte
van het lokaal en geef elk kind twee vellen papier. Op
een vel gaan ze staan. Ze leggen het tweede vel voor hen
neer en gaan dan daar op staan. Vervolgens pakken ze het
andere papier weer en leggen die voor hen neer, zo komen
ze vooruit naar de andere kant van het lokaal. Wie komt
er als eerste aan?
Penselendief;
De kunstenaar zit in een hoepel in het midden van het
lokaal met een penseel achter zich. De kunstenaar heeft
de ogen dicht. Als de kunstenaar hoort dat het penseel
gepakt wordt, probeert hij de dief te tikken. De dief
mag het penseel wel aan een ander geven. Als het penseel
valt, is de dief af.
Ra, ra, ra, wie
heeft de kwast, die mooie kwast van goud? In het
midden zit een kunstenaar. De andere kinderen zitten er
in een kring omheen. Zij geven achter hun rug een
penseel door. Als het liedje geëindigd is, mag de
kunstenaar raden wie de kwast op de rug heeft.
Joepie, Joepie;
er is een kunstenaar gekomen, die heeft mijn vriendje
meegenomen, maar ik zal er niet om treuren, gauw een
ander weer gehaald, tralalalala, etc.
Hoeveel penselen
liggen er achter je? De kunstenaar zit voor in de
klas met de ogen dicht. Iedereen is heel stil. De
leerkracht wijst een of meerdere kinderen aan die zelf
achter de kunstenaar mogen gaan zitten. Raad de
kunstenaar het goed?
In het muziekkastje zitten opdrachten voor
de volgende onderdelen van de muzikale vorming: ritmeopdracht,
dansopdracht, luisteropdracht, muziekinstrumenten, liedjes om aan te
leren.
Ritme; Met behulp van plaatjes
ritmes klappen of tikken met stokjes, van woorden over kunst:
ritmeplaatjes
Dans; In Kleuterdans 2 staat de
dans: toverbal. Deze past heel goed bij het thema. De Cd en het boekje
zijn te bestellen bij: www.nevofoon.nl.
Het liedje gaat over een bal met allerlei kleuren. De kinderen mogen
steeds bewegen als ze een genoemde kleur in hun kleding hebben.
Luisteren; Bij
www.kinderboekenmuziek.nl
is een CD te bestellen waarop allerlei muziekfragmenten staan. Dit
kunnen zijn: lieflijk, druk, springerig, vrolijk, droevig, eng, statig,
etc. Ik geef de kinderen een strook papier die verdeeld is in vier
vakken en ik laat vervolgens vier verschillende muziekfragmenten horen.
De kinderen mogen er bij tekenen. Later bespreken we de tekenkunstwerken
in de kring. Waarom heb je het zo getekend? Wat hoorde je?
Muziekinstrumenten; De xylofoon. De
kunstenaar loopt de trap op en af. We luisteren naar de muziek en doen
mee met onze vingers. Wat doet de kunstenaar en wat hoor je? Daarna
mogen de kinderen om de beurt hetzelfde voordoen.
Liedjes; De volgende liedjes ga ik
de kinderen aanleren:
De stam rood en de takken geel
met mijn fijnste penseel
Een veeg hier, een lik daar
en een spat verf in mijn haar.
Ik ben topkunstenaar!
(Jan van Coillie)
Computer
Hier kun je een word bestand vinden waar de kinderen woorden na
kunnen typen. Daarna kun je het bestand uitprinten. Als je daarna kiest
voor niet opslaan, kan een ander kind de woorden natypen.
Knijpkaarten; Dit
materiaal
werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één
op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna
krijgt de leerling een kaart en
6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant
van de kaart voor de 'vraag' en geeft aan de
rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te
plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed
gemaakt is.
In de taalkast zitten voorwerpen waaraan
verschillende taaloefeningen zijn gekoppeld: ko klapper: tellen woorden
in zinnen en woordstukjes, ria rijm:
voor rijmoefeningen, henk hak en piet plak: hakken en plakken, woordrups: begin en
eindletters, Pipa Papegaai: voor luisterspelletjes: nazeggen
zinnen, lange slang: lange en korte woorden herkennen, voorwerp passend
bij het thema: raadsels, wel of niet goed, etc. vingerpopjes voor het geven van een voorstelling in het
theatertje erboven, grote lade waar het boek van de week uitkomt en waar
bladen in liggen met auditieve oefeningen erop.
Bij elk thema wordt elke week een la wordt geopend
waarna het figuur dat erin zit een opdracht gaat geven.
In de kast zitten: Levi het lieveheersbeestje; tellen en getallen, Sam
de Schildpad; tijd, FotoFrits; ruimtelijke oefening, Barbapappa; vormen,
Elmer; kleuren, Grote en kleine kangoeroe; begrippen, Bob de Bouwer;
meten en wegen
Zo krijgen de kinderen elke week een opdracht voor de rest van de week.
In de rekenhoek in de klas krijgt de opdracht een week lang een plek,
zodat kinderen er zelfstandig mee aan de slag kunnen gaan.
FotoFrits uit het rekenkastje
had een probleem: Eerst deed zijn fototoestel het niet en
kon hij niet fotograferen. Daarom hebben kinderen hun eigen
hoofd getekend. Nadat FotoFrits de camera weer had
opgehaald, maakte deze alleen maar halve foto's. Daarom
hebben de kinderen de andere helft van hun hoofd er zelf
maar bijgetekend.
Begrippen:
Lichte en donkere kleuren
Namen van kleuren
Vormen
Grote en kleine schilderijen
Erg leuk is om de ouders uit te nodigen in
het museum. Daar mogen ze kaartjes kopen en worden rondgeleid door
gidsen. De suppoosten bewaken de kunst. Intussen kunnen ouders de kunst
bekijken die de kinderen hebben gemaakt.
Een van de ouders heeft tijdens de
tentoonstelling deze prachtige Mondriaantaart gemaakt. En lekker dat
deze was!
Bedankt
Deze pagina werd mede mogelijk door
bijdragen van: Margriet van Laar (veel materialen), Ronella Koedam,
Tineke van de Ploeg, Els van Tiel, Ina Schild (kralenplanken), Idelet
van Dijken, Lia Severijns, Hilda Luth, Marije Bouma, Alda van Dijken,
Tineke van de Ploeg, Minke Bosma en Olga
Hogewoning. Bedankt voor jullie bijdragen.