Iedereen draagt kleding: om je warm te houden of om
er mooi uit te zien. Kleding koop je in een kledingwinkel. Als je groeit
heb je nieuwe kleren nodig. Genoeg redenen om er een leuk thema van te
maken.
Ontwerpschema
Doel
Boeken
Speelgoed
bij het thema
Onderzoek/uitstapjes
Verschillende soorten stof voelen
in een voeldoos; fleece, bont. wol, katoen, leer, spijkerstof,
ribfluweel, nylon, etc
Nodig iemand uit die laat zien hoe
je op een naaimachine iets kunt naaien of die laat zien hoe je een
trui moet breien
Aankleding
van de klas
Bordtekening; warm en koud
Hang een lange lijn in de klas en hang
daar verschillende kledingstukken aan met een naambordje erop wat het
is.
Opening
van het thema
Bespreek met de kinderen wat ze aanhebben.
Wat is hetzelfde en wat is anders?
Groepswerk; Verdeel de klas in
verschillende groepen en geef elke groep een groot vel papier. Dan
krijgt elke groep een opdracht: knip alle truien uit die je ziet, knip
alle broeken uit die je ziet, knip alle blouses uit die je ziet, knip
alle jurken uit die je ziet, knip alle rokken uit die je ziet.
Daarna leggen we de groepswerken in de
kring en bespreken wat er op staat.
Zintuigspelletjes
Ra, ra, wie ben ik? Voor de
leerkracht staat een kind met de ogen dicht of met een blinddoek
voor. De leerkracht wijst een ander kind aan die er voor komt te
staan. Het geblinddoekte kind, voelt aan de kleren wie de ander is.
Zet een van de kinderen voor de
klas. Laat de anderen goed kijken hoe het kind er uit ziet. Daarna
gaat de leerkracht even met het kind naar de gang en verandert iets
aan de kleding van het kind: veter los, knoop open, rits los, etc.
Kunnen de kinderen zien wat er is veranderd?
Zelfstandigheid
Wat kun je allemaal zelf?
Papier met daarop plaatjes van verschillende sluitingen. Als ze
hebben laten zien dat ze een sluiting zelf kunnen dicht doen,
mogen ze het hokje achter de sluiting kleuren. Zijn alle vakjes
gekleurd, dan krijgen ze een sticker van de leerkracht.
Knutselopdrachten
Leren knippen in stof en
voor de jongste kinderen leren hanteren van lapjes stof en
lijm
Feestkleding; Geef de
kinderen een vel papier en laat ze uit tijdschriften alles
uitknippen wat bij feestkleding past
Borduren op gaatjeskarton
Wintertrui rijgen
Wintermuts vlechten
Poppetjes verven en een leuke
sjaal omdoen
Kleurplaat van een trui
kleuren en daarbij knippen en plakken
Een, twee, drie,
vier, hoedje van, hoedje van
Een, twee, drie, vier, hoedje van papier
Als het hoedje dan niet past, zet het in de glazen
kast
Een, twee, drie, vier, hoedje van papier
Kijk mij nou
(Catharina Fredriks)
O, wat moeten wij
veel leren
Alle namen van de kleren
Hemden, broeken, jurken, rokken
En twee schoenen en twee sokken
En ik doe alles zelf aan
Nou, heb ik dat niet mooi gedaan?
Computer
Woorden over kleding
als word bestand om door de kinderen na te laten typen op de computer en
daarna uit te printen.
Knijpkaarten
Knijpkaarten; Dit
materiaal
werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één
op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna
krijgt de leerling een kaart en
6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant
van de kaart voor de 'vraag' en geeft aan de
rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te
plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed
gemaakt is.