|
|
||
|
Er zijn in een klas veel momenten om te werken over mutsen, hoeden en petten: tijdens het thema: dit ben ik, tijdens carnaval of een feestproject, in de winter, voor Koninginnedag, Prinsjesdag of gewoon omdat het leuk is.
Het thema: hoeden en petten is een leuk en vrolijk thema waarbij je drama centraal kunt stellen. Immers bij iedere hoed past een ander type. Verder wil ik de kinderen het volgende leren:
In de kring liggen allemaal verschillende
hoeden. De leerkracht pakt een hoed en beeldt uit wat er goed bij past.
Bijvoorbeeld bij een hoed van een oude dame; heel deftig lopen of net
doen alsof je met een rollator loopt, bij de indianentooi een
indianendans doen, bij een bouwvakkerhelm metselen, etc.
Hoedencircuit in het speellokaal: Spel: hoedje wip; maak een wip van een stander en daarop een plank die in het midden op de stander ligt. Leg een hoedje op de ene kant van de wip en zet een streep aan de andere kant. De kinderen mogen niet voorbij de streep komen (dat is niet veilig). De leerkracht duwt met een vaart de wip naar beneden waardoor de hoed omhoog vliegt. Wie kan de hoed pakken? Spel: Hoed over een stok gooien; wie kan de meeste hoeden op een stok gooien? Spel; Hoedenestafette; Leg twee hoepels tegenover elkaar. Doet dit nog een keer een eindje verder. In de ene hoepel komt een hoed te liggen met vijf ballen erin. In de andere staat een kind. Deze rent op een teken naar de overkant en pakt uit de hoed een bal. Deze wordt in de andere hoepel gelegd en daarna herhaalt zich dit totdat de hoed leeg is. Wie is het eerst klaar? Dit kind heeft gewonnen.
Inleiding: Rennen met een hoed op is niet heel makkelijk.......hij valt snel af, kun je goed springen met een hoed op? Of huppelen? Probeer maar.
Liedje over hoeden die je kunt gebruiken zijn:
Liedje over een pet: liedje Klaas Krentje Kijk, kijk daar komt Klaas Krentje Wat denken de kinderen? Waarom zou
Klaas Krentje zo veel hoedjes op z'n kop dragen? Het antwoord is: dan zegt ie:"Ik had kouwe voetjes".
Hieronder staat een bestand dat je kunt openen. De kinderen kunnen de woorden natypen op de computer en daarna uitprinten. Daarna kan de volgende de woorden natypen.
Knijpkaarten; Dit materiaal werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna krijgt de leerling een kaart en 6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant van de kaart voor de 'vraag' en geeft aan de rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed gemaakt is.
Woordenschat
Sorteren van de verschillende hoedjes op de volgende kenmerken: hard - zacht, groot - klein, dames - heren, hoog - laag, etc. Ook kunnen de hoedjes op kleur gesorteerd worden.
Deze pagina werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van Margriet van Laar, Ina Schild, Stevie Stallaert en Marije Bouma. Heel erg bedankt hiervoor! |