Voor een verdeling van de activiteiten
kun je een ontwerpschema downloaden over: dit ben ik:
ontwerpschema dit ben ik.
Doel
We beginnen het nieuwe schooljaar
met veel nieuwe kinderen in de klas. Daarom wil ik centraal stellen
dat iedereen elkaar leert kennen.
Ik wil de kinderen leren welke
lichaamsdelen er zijn en hoe ze heten.
Kijken naar elkaar: hoe zie ik
eruit en hoe jij?
Introduceren logeerpop
De kinderen leren hoe je er uit
ziet
De kinderen laten ervaren wat ze
allemaal zelf kunnen
Boeken
Je lichaam
Familie
Boeken over ik
De boeken van: Ik ben Bas zal ik veel gaan
gebruiken.
Onderzoek/uitstapjes
We gaan in de klas bezig met hoe zie je er uit,
jezelf bekijken in de spiegel. Verder gaan we activiteiten doen met de
zintuigen, de groei en de verzorging.
Kijkje nemen bij de tandarts.
Je kunt een kapper uitnodigen in de klas om te
vertellen over het werk
Aankleding
van de klas
Opening
van het thema
In de themakast zitten zeven laden. In die
laden zitten de volgende dingen: meetlint en gewicht,
kleurendobbelsteen, foto's van de kinderen, spiegel, boek over het
lichaam, letters: i-k, vingerpopjes, tandenborstel/tandpasta en haarkam.
Elke week openen we op maandag een lade en gaan de rest van de week aan
de gang met dat item. Als de kleurendobbelsteen eruit komt, doen we een
kleurenspelletje en gaan aan de slag over kleuren, als het meetlint
tevoorschijn komt gaan we het hebben over lang - kort, groot - klein
etc.
Zintuigspelletjes
en kringspelletjes
Wijs bij jezelf iets aan: oor,
oog, teen, hak, knie en laat de kinderen bij zichzelf hetzelfde
aanwijzen, benoem alles
Welke sluiting heeft je schoen?
Welke sluiting heeft je jas?
Knutselopdrachten
Zelfportretten tekenen en een randje
eromheen plakken van macaroni
Boekje maken over dit ben ik met een
kleurplaat, hand verven en afdrukken, zelfportret tekenen, wat lust
ik graag knippen en plakken etc.
Schilderen: wie zit er bij je in de
klas?
Hoofden maken van een cirkel
Leg een groot vel papier neer, leg er
een kind op en trek deze om. Daarna inkleuren met verf. Daarna
uitknippen en voor elkaar plakken.
Ook kun je de poppen ophangen in
de klas of de hal
De kinderen kunnen met wasco zichzelf
tekenen, daarna uitknippen en op een mooie achtergrond plakken
Teken onder een foto de rest van je
lijf
Kinderen van wasco en ecoline
Borduur een mond en kus er allemaal
kusjes op
Teken op een foto van je lijf een
hoofd
Teken jezelf
Maak zelf een Lien van papier
Schilder je eigen hoofd en stempel je
naam eronder
Knip en plak je hoofd. Knoop haren in
de gaatjes.
Stempel je hand en stempel de cijfers van de vingers erbij
Plak onder je eigen foto kleding uit
een tijdschrift.
Willy Hoevenagel liet de kinderen
elkaars voeten beschilderen en daarna afdrukken op papier
Ook liet ze handen afdrukken op het
raam
Een waterflesje en een wasbolletje
erop was bij Willy de basis voor een pop van papier-maché. Zo
maakten de kinderen zichzelf. Een prachtig resultaat!
Een papieren bordje is de basis. De
kinderen plakten er een gezicht van en door de perforatiegaten is
chenilledraad gehaald dat als haar dient.
Hoeken
Ontdekhoek:
Hoek over zintuigen:
Doos met
voorwerpen over zien: bril,
verrekijker, lepel,
vergrootglas,
caleidoscoop, spiegel, afplakpleister,
staaf met kleuren
Doos over
horen:
gehoorkokers, walky talky,
stethoscoop, cassette bandjes beluisteren met geluiden
Doos over
voelen: Voeldoos met voorwerpen, voelzakjes, voelboek,
voeldomino
Doos over
ruiken:
Geurkokers met pindakaas,tandpasta,
koffie, parfum,
doosje
met allerlei neuzen(clown, eend, etc.)
Ik hoek:
Elk kind mag thuis een doos vullen
en versieren met dingen van zichzelf. Wat past erbij? Wat vind
je lekker? Waar hou je van?
Juffenjumbolino
Maak een foto van de leerkracht of de leerkrachten. Print deze
uit, plak het op karton, maak er vierkantjes met stippen op en
lamineer ze. Knip dan de leerkrachten in stukken en klaar is je
jumbolinospel. (Idee van Margriet Holterman)
Poppen maken van strijkkralen
Gezelschapsspelletjes om bij dit
thema te gebruiken
Een van de onderdelen van dit thema is:
Ik ben ik maar hoe ga je om met iemand anders.
In de klas lag op een ochtend een
koffertje. De vraag van de leerkracht was: Wie weet van wie dat
koffertje is? Niemand wist het. Laten we hem dan maar open maken.
Wat spannend. Iemand die in onze klas
wil komen als we goede vriendjes zijn. We gaan met elkaar overleggen
wanneer iemand een goed vriendje is voor een ander. We bedenken een
heleboel dingen. Die schrijft juf op en typt het later op de computer
uit. Dat worden onze klassenregels dit jaar. We sturen ook een brief
terug in het koffertje waarin we de regels beschrijven waaraan we ons
gaan houden.
Een dag later ligt er weer een brief in
het koffertje. Daarin staat dat het wel erg leuk lijkt bij ons in de
klas en dat we er een nieuw vriendje bij krijgen. Natuurlijk zijn we erg
nieuwsgierig en daarom vragen we hoe het vriendje er dan uit zal zien.
We krijgen een hele duidelijke beschrijving. Juf leest dit een paar keer
voor en iedereen tekent wat juf zegt. Er komen prachtige tekeningen
tevoorschijn.
En dan komt op een dag het vriendje bij
ons in de klas. Het is Bas. Bas krijgt een eigen stoeltje met zijn naam
en een naamplaatje erop. Ook komt er een foto aan de fotorij voor de
klas.
Elk weekend komt Bas bij een van de kinderen logeren. Op maandag,
tijdens het kringgesprek, leest juf het dagboek van Bas voor en weten we
wat Bas in het weekend heeft meegemaakt.
Spel
en beweging
Inleiding:
We gaan springen, hinkelen, stampen met de voeten, bukken, op de tenen
lopen
Spelletjes:
Voetje van de vloer;
Tikspel met vrijplaatsen; als je op de grond zit met de voeten
omhoog, mag je niet getikt worden, anders wel.
Eerst de handjes klap, klap,
klap; Bewegingsspel
Ik heb een brilletje al voor
mijn ogen; Zangspel waar een van de kinderen rondloopt met een
brilletje en iemand anders kiest om mee te dansen
Joepie, joepie is gekomen;
Zangspel in de kring. Iedereen staat in tweetallen achter elkaar in
een kring. Joepie kiest een van de voorste kinderen om mee te
dansen. De achterste is de volgende Joepie.
Ketting rijgen; Spel in een
rij; Het eerste en het twee kind in de rij maken een poortje. De
andere kinderen lopen erdoorheen net zolang het tweede kind andersom
staat. Dan loopt iedereen door het volgende poortje. Als iedereen
klaar is ontstaat een rij of een kring waar iedereen de handen vast
heeft en andersom staat.
Wie niet lopen wil staat stil;
een spel waar iedereen vrij beweegt en bij staat stil, stil staat.
Er kunnen verschillende loopvormen gebruikt worden.
We maken een kringetje;
goede manier om met nehulp van dit liedje een kring te leren maken
wie ben ik ? wie ben jij ? samen zijn maakt ons blij een beetje gek, een beetje raar maar we houden toch van
elkaar
Dit ben ik en dat ben jij (E. v.d. Linden)
Dit ben ik en dat ben jij
Ik kijk naar jou en jij naar mij
Ik zie je ogen met puntjes erin
Ik zie je wangen en daaronder je kin
Daar opzij zie ik allebei je oren
Maar je neus zit recht van voren
Nu even voelen, je haar is zacht
Dat is je mond, waar je mee lacht
Ik zie je tanden mooi op een rij
Steek nu je tong eens uit naar mij
Computer
Voor de computer kan het word bestand
worden geopend en woorden met lichaamsdelen erop kunnen worden nagetypt.
Kinderen die dat willen naschrijven, kunnen dat via het PDF bestand
doen.
Margriet Holterman maakte een prachtig
pop: Lien.
Alle lichaamsdelen zitten aan elkaar geplakt met klittenband. Daardoor
kan alles los en kunnen lichaamsdelen steeds met een spelletjes benoemd
worden:
Waar horen de armen?
Zit alles op de goede plek?
Om de nek van de pop hangt een koord met
de letter l. Dat is de letter die wordt aangeleerd.
Alle onderdelen van Lien zitten in een
prachtige tas.
Hier kun je het patroon van pop Lien
downloaden: patroon Lien.
Woordenschat de neus, het oog, het oor, de mond, de hals. de buik, de rug, de elleboog,
de arm, het been, de tanden, het haar, de schouder, de pols,
de knie, de vinger, bukken, springen, hinkelen, boos, blij, verdrietig,
aankleden, het hemd, de broek. het T-shirt, de trui, de jurk, de rok, de schoen,
de blouse, passen, de paskamer, de sluiting, de knoop, de ritssluiting, het
klittenband, de drukknoop, meten, wegen, langer/korter, de jongen, het meisje,
de familie, de vader, de moeder, het broertje, het zusje.
Deze woorden staan in een woordenlijst die je kunt
gebruiken om te checken of de woorden aan de orde zijn geweest:
woordenlijst: dit ben ik
Bij dit thema kun je de volgende letters aanleren:
i-k en l van lichaam/lijf
Margriet Holterman gebruikt er de volgende
materialen bij:
Rekenen/wiskunde
Tellen met Lien; waar is één van en waar zijn allemaal twee van? Leg het
onder het goede cijfer.
Begrippen:
Groot en klein
Lang en kort
Zwaar en licht
Veel en weinig
Meten in de klas; wie is de langste, wie
het kleinst?
Wegen in de klas; wie is zwaar en wie is licht?
Bedankt
Deze thema werd mede mogelijk door bijdragen van: Margriet van Laar,
Margriet Holterman, Hilda Luth, Marije Bouma, Barbara Dijkstra, Gina
Stuart en Bea Niphuis. Bedankt
hiervoor!