Het thema de bakker kan
heel goed gecombineerd worden met: Sinterklaas en Kerst. Op deze pagina
kun je algemene ideeën vinden rondom dit thema maar ook ideeën die
aansluiten bij Sinterklaas en de bakker
en Kerst en de bakker.
Ontwerpschema/groepsplan
over de bakker:
Hier kun je een
ontwerpschema/groepsplan downloaden waar de verschillende activiteiten
opstaan en waar je de namen van de kinderen kunt noteren die je bij de
activiteiten wilt begeleiden.
In de Sinterklaas en Kersttijd
worden veel lekkernijen door bakkers gemaakt. Een goede reden om hier
meer van te weten te komen en de bakkers wat mee te helpen.
In de groep gaan we zelf
kruidnoten bakken in de Sinterklaastijd en kerstkoekjes in de
kersttijd. Dit gaan we verkopen op school.
Van de opbrengst kunnen we nieuw meel etc. kopen en iets leuks voor de klas.
Doe je dit buiten de Sinterklaastijd om, bak dan koekjes of iets
dergelijks.
Hierdoor leren de kinderen omgaan
met hoeveelheden en geld.
Ook aantallen zijn hier belangrijk.
Ze moeten steeds zakjes kruidnoten maken waar 20 inzitten. Dus veel
tellen.
In de bakkerswinkel komt beginnende
geletterdheid aan bod door kaartjes te schrijven bij de te verkopen
producten.
Boeken
Onderzoek/uitstapjes
Breng een bezoekje aan de bakker;
maak hier foto's van zodat de kinderen dit weer in de klas kunnen
gebruiken.
Ga anders in een supermarkt eens op
de bakkersafdeling kijken wat er wordt verkocht
Iets bakken in de klas
Als je echter graankorrels in de
klas hebt, kun je met een kom en een vijzel deze korrels echt gaan
malen.
Geef de kinderen verschillende
soorten meel en laat ze kijken, voelen en ruiken
Broodsoorten proeven
Vraag of iemand een broodbakmachine
heeft die je mag lenen.
Aankleding
van de klas
Je kunt een kijktafel maken met daarop
allemaal bordjes met verschillende soorten brood. Een vaas met halmen
van graan en verschillende soorten meel in potjes. Misschien heeft de
bakker ook nog wat posters liggen die u kunt gebruiken.
Boeken
uitgelicht
Liesbet Slegers heeft een boek geschreven
over de bakker. Het boek start met alle lekkere dingen die een bakker
verkoopt. Dan wordt de overstap naar de bakker gemaakt: welke kleren
draagt hij en waarom, wat gebruikt de bakker allemaal, waarom staat een
bakker 's morgens vroeg op, hoe worden broden gebakken en tot slot de
bakkerswinkel. Ik vind de serie van Liesbet Slegers over allerlei
verschillende beroepen erg goed en duidelijk omdat de kinderen een goed
beeld krijgen van het werk. Verder hebben de boeken prachtige tekeningen
die goed bij de tekst aansluiten.
Opening
van het thema
Omdat het thema van de bakker in de
Sinterklaastijd plaatsvindt, krijgen de kinderen een brief van
Sinterklaas.
Hier kun je de brief downloaden:
Brief van Sinterklaas.
Je kunt dit thema ook openen door allemaal
broodjes neer te leggen en een gesprek met de kinderen te houden en de
broodjes samen te proeven.
Knutselopdrachten
Wat kun je doen met de groep:
Taartkleedjes knippen
Boterham figuurzagen en beleggen
door te knippen en plakken. Daarna lakken en klaar is de boterham
Boterham van karton versieren en
ophangen in de klas
Bakkershoed maken door een witte
strook om het hoofd te meten, hier crêpepapier in te doen en in het
midden aan de binnenkant bij elkaar te binden met een touwtje.
Schrijf de naam van de bakker op de muts
De bakkerspiet
Tosti's van papier
Taarten verven
Stroken plakken. Dat zijn de planken. Daar schilderen de kinderen
brood en taarten op. Dan tekenen ze een bakker en die plakken we er
later voor.
Bakkerswinkel in de klas. Zorg
dat er een ruimte is waar kinderen echt kunnen kneden met zoutdeeg
of echte pepernoten maken. Maak een oven van een doos waar ze het
bakproces kunnen uitspelen. Zet er deegrollers, uitsteekvormen,
papieren taartonderzetters, kassa en geld, telefoon,
prijskaartjes, beslagkommen, mixer, garde, litermaat, kookboek en
verkleedkleren neer
De bakkerij
Werken in de bakkerij
Taarten in de oven
Leg zout brooddeeg in de bakkershoek, dan
hebben ze echt wat te kneden en te rollen.
Kijkhoek met verschillende
soorten brood, meel en graan.
In de huishoek kun je allemaal
dingen neerzetten die met brood te maken hebben: broodplank,
broodtrommel, broodrooster die kapot is en waarvan de snoeren zijn
afgenipt, deegrol, oven die het niet meer doet, broodvorm.
Observeer hoe er mee gespeeld gaat worden. Bespreek met de
kinderen waar het voor dient.
Zandtafel; taarten van zand
maken, zet hier allemaal materialen bij die de kinderen kunnen
gebruiken om de taarten te versieren
Dit is beginnende geletterdheid: hier staat: cakejes
en taarten en toetjes maar dan fonetisch geschreven.
Bakker, hoe laat is het?
Een kind is de bakker en loopt tussen de andere kinderen door.
De kinderen vragen: "Bakker, hoe laat is het?" De bakker kan
antwoorden: "Tijd om brood te bakken of tijd om koekjes te
bakken of tijd om het deeg te kneden" maar als de bakker zegt:
"tijd om brood te eten" dan kunnen de kinderen door de bakker
getikt worden.
De bakker en de winkel:
In het midden ligt een cirkel, b.v. een touw. Dat is de winkel.
In de hoeken van het speellokaal liggen vier matten. De kinderen
worden in vier groepjes verdeeld. Elke groepje gaat op een mat
zitten. De ene groep is het gist, de andere groep het meel, de
derde groep het water en de vierde de boter. Steeds heeft de
bakker wat nodig en noemt wat hij wil. Dat groepje mag rond de
cirkel lopen. Als de bakker zegt: "Ik ga nu bakken" mag hij de
kinderen tikken. Als ze weer terug zijn op de mat mogen ze niet
meer getikt worden. Zijn ze wel getikt dan gaan ze in de cirkel
zitten.
Hoeveel broodjes zitten in
de mand? Zet een mand neer en pittenzakken. Een kind mag de
bakker zijn en zit op de grond. Achter de bakker staat de mand.
De leerkracht wijst een kind uit de groep aan die heel zacht een
pittenzak (broodje) mag pakken en in de mand doen. Na een paar
keer vraagt iemand: Bakker vertel eens, hoeveel broodjes zitten
in de mand?
Warme broodjes uit de oven:
Aan de ene kant staat een oven met tien broodjes. (mand met tien
pittenzakken) Aan de andere kant liggen twee hoepels, voor ieder
kind een. Dat zijn de borden. Twee kinderen beginnen bij hun
bord en rennen naar de oven toe. Daar pakken ze een broodje en
brengen die naar hun bord. Daarna snel weer terug. Wie heeft het
eerste de vijf broodjes op het bord liggen?
Zo gaat de molen: Loop
in de kring. Begin heel rustig tijdens het zingen. Bij zo gaan
de wieken wordt een stuk sneller gelopen
In het muziekkastje zitten opdrachten voor
de volgende onderdelen van de muzikale vorming: ritmeopdracht,
dansopdracht, luisteropdracht, muziekinstrumenten, liedjes om aan te
leren.
Opdrachten
voor het muziekkastje
In kleuterwijs staat:
Bakker, bakker, wat doe je
vandaag blz. 156
In het grote liedjesboek
staat ook een liedje over de bakker op blz. 5
Een ander bekend liedje is:
Zo gaat de molen
Een leuk opzegversje om op te zeggen en
ook om voor te doen:
Hap,
een koek
zonder hoek.
Hap, hap,
een koek
zonder hoek, hoek.
Hap, hap, hap,
een koek
zonder hoek, hoek, hoek
Hap, hap, hap, hap,
de koek
zonder hoek, hoek, hoek, hoek,
is lekker........
zoek!
En dit is ook leuk om op te zeggen en uit
te spelen:
Tien kleine bakkertjes, liepen in de regen
Een liep weg - die was kletsnat
Toen waren er nog maar negen
Negen kleine bakkertjes hadden wat bedacht
Eentje zei:"ik doe niet mee",
Toen waren er nog maar acht
Acht kleine bakkertjes die stonden zo te
beven
Eentje zei ik ga naar huis,
toen waren er nog maar zeven
Zeven kleine bakkertjes die dronken uit
een fles
Een werd ziek en moest naar bed
toen waren er nog maar zes
Zes kleine bakkertjes waren koud en stijf
Een ging bij de oven staan
toen waren er nog maar vijf
Vijf kleine bakkertjes hadden zo'n plezier
Eentje viel en brak zijn been
toen waren er nog maar vier
Vier kleine bakkertjes zaten op hun knie
Eentje hield het niet meer uit
toen waren er nog maar drie
Drie kleine bakkertjes zwommen in de zee
Een ging kopje onder
toen waren er nog maar twee
Twee kleine bakkertjes hinkten op een been
Eentje zei:"dat kan ik niet".
Toen was er nog maar een.
Dat ene kleine bakkertje ging naar de
bakkerij
Het at daar alle broodjes op
Toen lachte het heel blij!
En dit versje gaan we voor Sinterklaas
opzeggen:
(Ron Schroder en Marianne Busser uit: het grote versjesboek)
Wij hebben - lieve Sinterklaas
Een kleine taart gemaakt
We hopen dat hij is gelukt
en dat hij lekker smaakt
Eerst heb ik het deeg gekneed
na uren was ik klaar
toen moest het deeg de oven in
daar werd het bruin en gaar
En toen heb ik de taart versierd
met kleine stukjes fruit
met slagroom en wat chocola
het zag er prachtig uit!
Maar weet u Sint- het was nog vroeg
ik had nog niet ontbeten
toen heb ik - tja - het spijt me erg
de taart maar opgegeten!
Voor zoutbrooddeeg, kun je hier een
recept vinden waarbij de kinderen zelf de juiste hoeveelheid spullen
kunnen pakken om daarna te mengen en kneden.
Recept
zoutbrooddeeg.
In de taalkast zitten voorwerpen waaraan
verschillende taaloefeningen zijn gekoppeld: Ko Klapper: tellen woorden
in zinnen en woordstukjes, Ria Rijm:
voor rijmoefeningen, Henk Hak en Piet Plak: hakken en plakken, woordrups: begin en
eindletters, Pipa Papegaai: voor luisterspelletjes: nazeggen
zinnen, Lange Slang: lange en korte woorden herkennen, voorwerp passend
bij het thema: raadsels, wel of niet goed, etc., vingerpopjes voor het geven van een voorstelling in het
theatertje erboven, grote lade waar het boek van de week uitkomt en waar
een map in ligt met daarin bladen met de auditieve oefeningen erop.
Op taalgebied kun je de volgende
materialen gebruiken:
Kringgesprek Leg allemaal verschillende soorten brood neer in het
midden.
Stel de volgende vragen:
Ziet het er lekker uit?
Wat eet je het liefst?
Weet je hoe het heet?
Waarvan is brood gemaakt?
Meel laten zien en graan
Wie maalt de tarwekorrels?
Samen proeven van
verschillende soorten brood
Rekenen/wiskunde
Elke week wordt tijdens het thema een la wordt geopend
waarna het figuur dat erin zit een opdracht gaat geven. De figuren
zijn: Elmer voor de kleuren, Barbapappa voor de vormen. Levi het
Lieveheersbeestje voor het tellen, Grote en kleine Kangoeroe voor de
begrippen, Wouter de verzamelkabouter voor ordenen en verzamelingen
maken, Sam de Schildpad voor opdrachten rondom de tijd, Frits Fotoflits
voor opdrachten op het gebied van ruimtelijke oriëntatie en Bob de
Bouwer voor opdrachten rondom meten en wegen.
Elke week worden er een of twee lades geopend en wordt de opdracht
klassikaal aangeboden. Daarna krijgt de opdracht een vervolg in de
kleine kring en/of de rekenhoek.
Gebruik een etagère in de bakkershoek en
bij rekenlessen.
Ik gaf de volgende opdrachten: Leg twee taartjes op de bovenste schaal,
drie taartjes op de middelste schaal en vier taartjes op de onderste
schaal: waar liggen de meeste taartjes? Leg overal evenveel taartjes op,
etc.
Begrippen:
veel - weinig
dun - dik - langwerpig
- puntig - rond - bol
lang - kort
groot - klein
half - heel
Een leuke rekenactiviteit die je
elke dag kunt doen is:
Hoeveel boterhammen heb
je gegeten vanmorgen?
Hoeveel bruine
boterhammen?
Hoeveel witte
boterhammen?
Wat is het meest
gebruikte broodbeleg?
Wat is het lekkerste
broodbeleg?
Als je zorgt voor plaatjes
van brood en broodbeleg,
kun je kinderen een blokje onder het goede plaatje laten
leggen. Zo krijg je al snel een grafiek. Laat kinderen dit
naplakken en hang het op in de klas.
Wie heeft de meeste
boterhammen? Maak van karton een stapeltje
boterhammen. De kinderen mogen met een klein groepje, om
de beurt met een dobbelsteen gooien. Dat aantal
boterhammen mogen ze pakken. Als de stapel boterhammen op
is, wordt er gekeken wie de meeste heeft.
In het assortiment van
www.kinderverkleedkleding.nl zitten twee prachtige
koks-pakjes die
heel goed ook bij het thema de bakker,
gebruikt kunnen worden.
Bedankt
Margriet van Laar, Ina Schild en Nicole Rutten hebben geholpen om
deze pagina van materialen te voorzien. Van Jeanet Jafari van
www.kinderverkleedkleding.nl heb ik prachtige bakkersmutsen
gekregen. Bedankt hiervoor!