|
|
||
|
Dit jaar zijn de Olympische winterspelen
in Vancouver. Daarom hier verschillende materialen om te gebruiken als
je dit thema in de klas aan de orde gaat stellen. Aanvullingen zijn
altijd welkom!
Om een idee te krijgen hoe je de activiteiten kunt verdelen, kun je hier een ontwerpschema downloaden. In de lege vakken kun je de namen van kinderen in je groep vermelden met het doel waarmee je het kind wilt begeleiden.
Onder de sneeuw: Onder een stuk wit laken verstop je
een aantal, niet te kleine voorwerpen. Kun je aan de vorm zien of
eventueel voelen wat er onder de sneeuw verborgen ligt. Kijk maar of
je het goed geraden hebt. Wie is de sneeuwpop? Je legt een witte jas of een
wit laken in het midden van de kring. De kinderen doen hun ogen
dicht. Je kiest een kind uit de kring dat zich onder de jas of het
laken verstopt. Ogen open: wie is uit de kring verdwenen en de
sneeuwpop geworden?
Schaatsschilderij: Geef de kleuters een wit vel
papier. Dit is de ijsbaan. Op het ijs worden veel rondjes
geschaatst. Met witte wasco worden die rondjes getekend. Daarna
schilder je met ecoline of verf het blad vol en nu zie je welke
rondjes je hebt geschaatst.
Schaatshoek; maak met gekleurd plakband en
blokjes een ijsbaan in de klas. Laat de kinderen zwarte sokken aandoen
en maak daar veters op. Dan lijken het net schaatsen en bovendien glijdt
het makkelijker. Een koek en zopie-tent erbij voor de inwendige mens is
ook leuk. Maak een podium voor de prijsuitreiking en leg er
medailles bij. Natuurlijk mogen schaatsmutsen en handschoenen niet
ontbreken.
Ski-hoek; maak van planken ski's.
Doe er een band omheen en laat de kinderen een parcours lopen op
ski's. Leg er een wit laken onder zodat de vloer niet beschadigt. Erepodium; Maak een erepodium in
de klas waar aan het eind van elke dag medailles uitgereikt kunnen
worden aan: de beste opruimer, diegene die het best heeft
geluisterd, diegene die goed heeft gespeeld, etc. Gezelschapspelletjes; Winnen en
verliezen en spelregels hanteren. Televisiehoek waar naar de
Olympische winterspelen gekeken kan worden.
Bewegingsles:
Rollen met papieren ballen
U zit in het
midden en heeft een geheimzinnige doos. In de doos zitten
papieren ballen (proppen van wit papier die bij elkaar
gebonden zijn met plakband). De kleuters mogen er mee
spelen. U rolt naar elke kleuter een bal. Vervolgens
experimenteren de kleuters met de bal. Spelvormen die zullen
ontstaan zijn rollen, voorzichtig schuiven, betasten, omhoog
gooien, ver gooien, schoppen, koppen en slaan.
Hierna geeft u
de kleuters enkele opdrachten:
- Rol de bal
voor je uit met twee handen en blijf erachter.
Na deze
oefeningen gaan alle kleuters aan de lange kant van de zaal
staan.
Vervolgens
voeren ze de volgende opdrachten uit:
- Rol de bal
met twee handen naar de overkant en probeer er achter te
blijven.
Afsluiting
Tikspel
U sluit de les
af met een spel. Er worden twee tikkers aangewezen. Eén
tikker tikt de kleuters en één tikker pakt de krantenballen
af. Wanneer een kleuter getikt wordt, gaat deze met zijn
benen in spreidstand staan. Een andere kleuter kan hem
bevrijden door een krantenbal onder zijn benen door te
rollen. Wanneer de ballenpakker de bal van een kleuter heeft
afgepakt, kan deze leerling niemand meer bevrijden. De
ballen worden verzameld in een doos.
Ik sta – ik
glij – ik val
Dit
materiaal
werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één
op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna
krijgt de leerling een kaart en
6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant
van de kaart voor de 'vraag' en geeft aan de
rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te
plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed
gemaakt is.
Schaatsen:
Woordenschat
Deze pagina werd mogelijk dankzij veel materialen van Margriet van Laar,
kralenplank van Ina Schild. Rekenidee van Lenny Gerrits. |