Veel mensen gaan in Nederland op vakantie.
Er is zoveel te zien en te beleven. Tijdens het thema Nederland
vakantieland laten we in de klas zien wat andere landen typisch
Nederlands vinden en we kijken ook naar vroeger en nu. Verder besteden
we veel aandacht aan de wijze waarop je in Nederland vakantie kunt
vieren.
Met het thema Nederland Vakantieland wil
ik de volgende doelen bereiken:
De kinderen leren wat er in
Nederland zoal te beleven is, tijdens de vakantieperiode
De kinderen leren wat typisch
Nederlands is
Vakantie vieren in Nederland, hoe
ga je dan op vakantie?
Boeken
Boek
waarin typisch Nederlandse dingen staan:
Onderzoek/uitstapjes
Verzamel samen met de kinderen
allemaal typisch Nederlandse etenswaren: pindakaas, hagelslag,
snert, drop, haring, Wilhelmina pepermunt, kaas, etc en ga dit eens
proeven. Wat is lekker en wat vind je niet lekker?
Haring proeven en.....heel wat
kinderen vonden het heerlijk!
Aankleding
van de klas
Hang allemaal boerenzakdoeken op een
rij in de klas
Kijkhoek over Nederland in de klas
De kinderen namen zelf heel veel
Nederlandse dingen mee: kaas, dropjes, pindakaas, hagelslag, etc.
Opening
van het thema
In de kring staat een lege koffer
op de tafel.
Wat is het? Waar gebruiken we het voor?
Na deze introductie heb ik de vraag gesteld of ze het allerbelangrijkste
wilden gaan tekenen dat ze mee zouden nemen op vakantie.
Er wordt druk getekend......
Daarna wordt in tweetallen besproken wat
er getekend is en waarvoor het nodig is. Dit wordt later in de kring
teruggekoppeld.
Nadat juf alles heeft uitgeknipt, gaan we
samen bekijken of datgene dat is getekend echt nuttig is op vakantie en
zo ja, waarom. Hierover werd door de kinderen enthousiast gepraat en
beredeneerd.
Alles was echt nodig is, gaat in de koffer en de andere zaken komen in
de deksel.
Uiteindelijk worden alle nuttige zaken
opgeplakt. Daarnaast maken we meteen een lijst met zaken die we nodig
hebben om in de huishoek te spelen wat we allemaal meenemen op vakantie.
Woordveld over Nederland en een
satellietkaart van Nederland.
Knutselopdrachten
Vlaggen van blokjes
Vlaggen knippen en plakken
Voetbalteam
Mondriaan
Bollenvelden
Tulpen stempelen van handen
Molens van melkpakken. Door de wieken
te bevestigen aan een satéprikker en zowel voor als achter een kraal
te maken, kunnen de wieken echt draaien. Als je om de satéprikker
dan een draad hangt die er een keer omheen geslagen is, en je hangt
aan de uiteinden een kraal, dan kunnen de wieken echt draaien als je
aan een van de draden trekt! De kinderen vonden dit helemaal
geweldig.
Klompen uitknippen en in spiegelbeeld
opplakken. Daarna versieren maar dat in spiegelbeeld ook doen zodat
je dezelfde klompen hebt.
Kaasblokjes vouwen
Tegeltjes verven in Delfts Blauw.
Beschilderen met porseleinverf en even in de oven leggen.
Molen en een bollenveld
Hoeken
Winkeltje met allerlei Nederlandse
producten
Wijk waar de kinderen wonen;
elk vlaggetje geeft de plek aan waar het huis van een van de
kinderen staat. Op het vlaggetje staat de naam van het kind.
Watertafel; Nederland Waterland
Nederlandhoek
In deze hoek liggen: schelpen, een
strandpuzzel, een atlas, een boek met foto's over Nederland,
vlaggetjes, werkbladen, etc.
Spel in de huishoek;
Leg er een koffer neer en al gauw gaan de kinderen samen op
vakantie.
Verkleedkleren
Klik op de plaatjes voor de verkleedkleren
Wat moet
er aan de orde komen?
Nederland als land
Nederland waterland:
strand, zee, rivieren, eilanden, bruggen en dijken
Nederlandse gebouwen:
molens, grachtenpanden
Nederlandse producten:
tulpen, hagelslag, pindakaas, snert, pannenkoeken,
poffertjes, drop, kaas en klompen
Spel
en beweging
Spelles:
In Holland staat een huis;
kringspel
Klompenrace; probeer op klompen zo
snel mogelijk naar de overkant te lopen
In Het grote liedjes boek
van Marianne Busser en Ron Schoder staat:
Waar gaan we heen?
blz. 50/51
In Kleuterwijs staat:
Amsterdam; blz. 163
Een treintje ging uit
rijden; blz. 164
Zo gaat de molen; blz.
184
Computer Hier kun je een word bestand vinden waar de kinderen woorden na
kunnen typen. Daarna kun je het bestand uitprinten. Als je daarna kiest
voor niet opslaan, kan een ander kind de woorden natypen.
Knijpkaarten; Dit
materiaal
werkt als volgt: print de kaarten uit en plak ze beiden op een A4 (één
op de voorkant en één op de achterkant). Lamineer de kaart. Daarna
krijgt de leerling een kaart en
6 verschillende kleuren wasknijpers. De leerling kijkt aan de linkerkant
van de kaart voor de 'vraag' en geeft aan de
rechterkant het antwoord door daar de juiste kleur wasknijper op te
plaatsen. Aan de achterkant kan de leerling zien of de kaart goed
gemaakt is.
Deze pagina werd mede mogelijk gemaakt
door bijdragen van: Linda Mooijekind, Crina van Hemsbergen, Agnes van
der Geest, Margriet van Laar, Ingrid van der Jagt, Tineke van de Ploeg, Hilda Luth,
Els van Tiel en Ina Schild
(kralenplanken).